Veteraan Fred Nachbaur

de infanterist die op 3 april 1945 als een van de eerste bevrijders Borne binnenstapte

 

Het klinkt onwaarschijnlijk, maar het is waar. Bijna 75 jaar nadat Borne door het Dorset regiment, de Royal Dragoons en Sherwood Rangers werd bevrijd, meldt zich bij BorneBoeit de man die als eerste van de Dorsets oog in oog kwam te staan met de Bornse inwoners. Het is Fred Nachbaur, de Britse infanterist D-compagnie van het 4e Bataljon Dorset regiment. Fred is inmiddels 94, woont al jaren in het Canadese Ottawa en keerde nooit meer terug naar Borne. Daar komt binnenkort verandering in, want in de eerste week van april maakt hij de oversteek om als eregast de 75-jarige bevrijdingsfeesten bij te wonen.

 

Het angstige én euforische verhaal van Fred

 

Het verhaal van Fred Nachbaur begint in de namiddag van 3 april 1945, enkele uren voor de bevrijding van Borne. Vanuit Hengelo stoomt hij met zijn maten in een lange rij tanks en andere voertuigen op naar Borne. Halverwege, zo’n 500 meter vóór de Welemansbrug over de Bornse beek, houden ze halt. Even later klinkt er een enorme knal. “Het was de grootste en hardste klap die ik in de hele oorlog hoorde”, zegt hij nu. Het lijkt erop dat de Duitsers de brug hebben vernietigd.

 

Koortsachtig overleg tussen de superieuren leidt ertoe dat Fred door major Matthews wordt aangewezen om op onderzoek uit te gaan. ‘Off you go, now’, luidt het bevel, ‘er naartoe en opschieten’. En dat doet ‘ie. Moederziel alleen baant hij zich een weg door het hoge gras en onkruid. Fred: “Ik was echt bang, mijn haren stonden van de zenuwen rechtop en ik had het gevoel dat mijn helm wel 5 centimeter hoger stond.” Eenmaal bij de brug ziet hij de beschadigingen. De leuningen zijn weggeblazen en in het midden is een groot gat geslagen, maar het lijkt erop dat de tanks er nog overheen kunnen.

 

‘De Engelsen, het zijn de Engelsen’

Als Fred besluit nog een stukje door te lopen in de richting van Borne komt hij in de buurt van een aantal woningen. Bij een van deze huizen hoort hij rumoer. Hij richt zijn geweer op de deuropening en op dat moment komt er een man naar buiten. Volgens de infanterist van toen een lange, slanke vent in een grijs pak. “Stop”, zegt Fred. De man stopt en stamelt even later: ‘Who are you? Are you English?”. Waarop Fred -eigenlijk overbodig- reageert met: “Do you speak English?” Daarop maakt de angst van beiden voor het ongewisse snel plaats voor blijdschap. De man in het grijze pak draait zich om en roept: “De Engelsen, het zijn de Engelsen!” Dan komen er zo’n 40 mensen uit het huis die zich verdringen rond de bevrijder. Terugdenkend aan dit moment weet Fred Nachbaur het zeker. “Die man in het grijze pak was degene die mij het eerst in Borne ontmoette. En ik hem!”

 

De euforie is groot en dat zien ook de manschappen die op afstand de ontwikkelingen volgen. Zij besluiten daarop hun opmars naar Borne te vervolgen. Ondertussen tillen de Bornenaren Fred op hun schouders en nemen hem mee naar café ’t Schip, het tegenwoordige Jasmin Garden. Daar wordt hij op het biljart gezet, samen met een meisje dat de hele tijd om zijn nek blijft hangen. Zij kust hèm en hij kust haar. Vijfenzeventig jaar na dato is er weer die flonkering in de ogen van die eerste bevrijder. “Het was een hele mooie avond”, zo zegt hij lachend in Ottawa.