
Iedereen in Borne weet waar het gemeentehuis is en dat je er terecht kunt voor verschillende gemeentelijke diensten als paspoort, rijbewijs, bouwvergunning enz. Het is een identificatiepunt. In het gemeentehuis vindt de lokale democratie onderdak en klopt het hart van de gemeenschap. Maar het is zelf ook regelmatig onderwerp van debat. Over de noodzaak van bouw, verbouw, de financiën of locatie van een gemeentehuis kunnen verhitte discussies ontstaan. En dat is geen recent verschijnsel zo blijkt uit de plaatselijke historie. Oordeel zelf of dat altijd tot mooie oplossingen heeft geleid. Hoe dan ook, een gemeentehuis is meer dan een gebouw waar de gemeenteraad vergadert, het dagelijks bestuur zetelt en de ambtenaren hun werkplek hebben.
Binnenkort opent Borne de deuren van een nieuw gemeentehuis. Daarmee krijgt het gemeentebestuur voor de vierde keer in de geschiedenis een ander onderkomen. Die verhuizing past in een lange traditie: gemeentehuizen zijn nooit statische gebouwen geweest, maar groeiden mee met de taken van het bestuur, de omvang van de bevolking en de eisen van hun tijd. Zeker in kleinere gemeenten vertelt de geschiedenis van het gemeentehuis veel over de ontwikkeling van lokaal bestuur en de administratieve organisatie.
Bestuur zonder eigen huis
Voor 1811 bestond de gemeente Borne nog niet in de vorm zoals wij die nu kennen. Toch was er wel degelijk bestuur en organisatie. Dat bestuur zag er anders uit, was minder strak geregeld en had geen ‘vast gemeentehuis’ zoals later gebruikelijk werd. Borne was onderdeel van een richterambt, een bestuurlijk-rechterlijk district waarin de marken Zenderen-Bornerbroek en Hertme als agrarische zelfbesturen functioneerden. De richter hield toezicht, sprak recht en vertegenwoordigde de landsheer, eerst de bisschop van Utrecht, later de Staten van Overijssel. De laatste richter van Borne was W.C. Lantman, Vergaderingen en rechtspraak vonden plaats op locaties die op dat moment praktisch waren.
Ommekeer
De grote verandering kwam tijdens de Franse tijd (1795–1813). Onder invloed van de Franse bestuurlijke hervormingen werd Nederland opnieuw ingedeeld. In 1811 toen Nederland was ingelijfd bij het Franse Keizerrijk, werd Borne op 10 april officieel een gemeente met een burgemeester, een gemeenteraad (15), gemeentesecretaris en een duidelijk afgebakend grondgebied. Gemeenten werden verantwoordelijk voor bevolkingsregistratie, armenzorg, infrastructuur en later ook voor onderwijs en volksgezondheid. Die uitbreiding van taken vroeg om administratie, archieven en vaste ambtenaren. Daarmee ontstond langzamerhand ook de behoefte aan een vaste behuizing.
Voorlopers
In Borne was die behuizing aanvankelijk sober van opzet. Bij gebrek aan een gemeentehuis werd in 1811 een vertrek in de woning van burgemeester Lantman gehuurd tegen een vergoeding van f 24,- per jaar. Dat pand stond op de plek waar nu de panden Grotestraat 139-141 gelegen zijn.
Op een kaart uit 1830 zien we ‘het gemeentehuis’ gevestigd aan de Oude Kerkstraat, tegenover de ingang van de oude NH-kerk. Het gebouwtje, een vertrek van 6m x 6m, stond naast het brandspuithuisje en dicht bij de gevangenis, arrestantencellen in de toren van de oude NH-kerk. Het heeft waarschijnlijk nooit als dorpskantoor dienstgedaan,
In 1856 ontving burgemeester Jan Bussemaker f 75,- ‘voor de verhuur van een vertrek in zijn woning als gemeentehuis’. Die woning, gelegen aan de Markt, huurde hij deels van Hendrik Nieuwenhuis. Dat pand werd in 1863 na een grondige verbouwing als eerste ‘echte gemeentehuis’ in gebruik genomen. Uit die betaling kan worden afgeleid dat burgmeester Bussemaker en mogelijk eerder ook zijn voorganger Lantman een gedeelte van gehuurde vertrekken als raadzaal en secretarie onderverhuurden aan de gemeente!
Een echt gemeentehuis
Na de invoering van de gemeentewet in 1851 werden gemeentehuizen steeds belangrijker. Door meer zelfstandige gemeentelijke taken werd het een gebouw dat symbool stond voor de lokale overheid en de gemeenschap. Een pand waarin het gemeentebestuur en ondersteunende ambtelijke diensten waren gehuisvest. In Borne was ook behoefte aan een eigen representatief bestuursgebouw in plaats van vergaderen in logementen of woonhuizen.
In 1832 registreerde het kadaster huis en erf van deurwaarder Hendrik Nieuwenhuis, dat gelegen was aan de Markt. In verband met het overlijden van zijn vrouw bood hij het pand te koop aan. Door actuele huisvestingsplannen besloot de gemeenteraad op 4 april 1860 aan Nieuwenhuis een bod van f 1.300, - te doen. Op 10 juli werd de zaak notarieel beklonken, maar daarmee was het pand nog lang geen gemeentehuis. Ruim twee jaar later besloot de raad unaniem, na uren en uren vergaderen, uiteindelijk op 25 augustus 1862 een plan van vernieuwing te maken.
Het oude pand werd grotendeels afgebroken en aannemer Groothengel realiseerde een nieuw pand in twee bouwlagen. De financiering verliep uiterst stroef, zo stroef dat burgemeester van Cleeff en raadslid Spanjaard op pad togen om aan financieel meer draagkrachtigen in de gemeente een bijdrage te vragen.
Op 3 november 1863 kon het nieuwe gemeentehuis eindelijk officieel worden geopend door de burgemeester. Een gebouw kennelijk met overcapaciteit, want een paar weken eerder besloot de raad aan de heer D.J. Spanjaard de bovenkamer, zolder, raadkamer, achterkeuken en kamer te verhuren voor f 200,- per jaar voor een tijdvak van twee jaar!
Meer ruimte
De twintigste eeuw bracht verdere professionalisering. De verhuizing van het gemeentehuis aan de Markt naar een nieuw onderkomen paste in een bredere ontwikkeling die in veel Nederlandse gemeenten waarneembaar was. Het ging daarbij niet om één enkele oorzaak, maar om een samenspel van bevolkingsgroei, nieuwe taken en veranderende wetgeving. Het gemeentebestuur had grote behoefte aan meer kantoorruimte, een betere bergplaats voor archiefbescheiden en een vergaderlocatie voor de gemeenteraad, kortom een gebouw dat beter paste bij de eisen van de tijd. Maar het zou nog tot 1928 duren alvorens men een geschikt optrekje vond!
Plannen
Eerdere plannen voor een ander onderkomen strandden door de economische onzekerheid en beperkte financiële middelen. Al in 1901 kwam de gemeenteraad in een besloten vergadering bijeen om te praten over een voorstel van burgemeester en wethouders om een dubbel woonhuis aan te kopen van de erven van de weduwe mw. L.S. Spanjaard-van der Wijk.(huidig Grotestraat 138-140) De panden zouden zich er bij uitstek voor lenen om bestuur en ambtenaren in te huisvesten. Daarnaast was er bergruimte voor het brandweermaterieel, ruimte voor politie arrestanten, een conciërge woning en een woning voor het hoofd van één der dorpsscholen. Met uitzondering van het lid D.J. Spanjaard, stemde de raad tegen het voorstel.
Kennelijk was de urgentie ook niet zo groot, want pas vierentwintig jaar later lag er een voorstel op tafel om voor de bouw van een nieuw gemeentehuis twee percelen grond aan te kopen aan de Almeloschestraat (gedeelte tussen Stephanuskerk en Witte Huis, nu Grotestraat) in eigendom van de R.K.-kerk en H. IJzereef. Nodig volgens het college omdat ‘het tegenwoordige gemeentehuis is uitgewoond en niet meer aan redelijk te stellen eisen voldoet’. In de vergadering van 8 oktober 1925 stemde de raad er unaniem mee in. Door de penibele financiële situatie van de gemeente heeft men waarschijnlijk de stap naar nieuwbouw niet aangedurfd.
Villa Elisabeth
Drie jaar later liet het college het oog vallen op een Villa aan de ‘Hengelooschen straatweg’ (Grotestraat), villa Elisabeth, een pand met representativiteit en status. De villa werd in 1895 gebouwd in opdracht van fabrikant Albert Karel Spanjaard, naar een ontwerp van de Enschedese architect Gerrit Beltman sr. In 1914 verkocht Spanjaard het pand aan dokter H.J. Stomps. Toen zich de mogelijkheid voordeed, besloot de raad bij besluit van 18 oktober 1928 tot aankoop van de villa, feitelijk een ruiling, want de heer Stomps kreeg van de gemeente er een dubbel woonhuis voor terug, plus een bedrag van f 32.500, - Op 5 april 1930 werd het verbouwde pand in gebruik genomen als gemeentehuis van Borne, in aanwezigheid van de Commissaris van de Koningin, de heer A.E. baron van Voorst tot Voorst, die de officiële opening verrichtte.
Het oude gemeentehuis aan de Markt werd in 1939 voor f 4500,- verkocht aan A. Letteboer, onder de voorwaarde dat de politiecellen beschikbaar moesten blijven tot het moment waarop de nieuwe in gebruik genomen konden worden. In 1962 werd het een winkelpand van Albert Heijn N.V.
Ruimtegebrek
Na de oorlogsjaren werd het gemeentehuis steeds meer een plek waar inwoners kwamen voor paspoorten, registraties voor de burgerlijke stand, vergunningen en advies. De afstand tussen bestuur en burger moest kleiner worden, en het gebouw speelde daarin een rol, zeker toen Borne de taakstelling woongemeente kreeg en naar bijna 19.000 inwoners groeide in 1977. Ook Villa Elisabeth groeide mee met de taken van het bestuur, de omvang van de bevolking en de eisen van de tijd en dat leidde eind jaren vijftig tot structureel gebrek aan ruimte. Zo nijpend, dat een deel van de administratieve taken zelfs op de zolder moesten worden verricht, een ruimte totaal ongeschikt voor dit doel.
De nodige ingrepen leidden ertoe dat bestuur en ambtelijke diensten in de jaren zeventig gehuisvest waren in een vijftal van elkaar gescheiden gebouwen. Het eigenlijke gemeentehuis, een tweetal semipermanente bijgebouwen: de zogenaamde ‘dependance’ en het kantoor gemeentewerken- en bedrijven, het voormalige postkantoor en het zogenaamde ‘fractiegebouwtje’.
De verspreide ligging, de benarde huisvestingssituatie alsmede een tekort aan ruimten geschikt voor representatieve doeleinden, noodzaakten het gemeentebestuur werk te maken van nieuwe huisvesting.
Verruimbouw
De gemeentelijke ambities rond huisvesting en de modernisering van gemeentelijke voorzieningen in de jaren tachtig, leidden uiteindelijk tot de totstandkoming van een uitvoering gereed plan voor de ‘verruimbouw van het gemeentehuis’. Ruimten in het bestaande gebouw werden gecombineerd met de bouw van een nieuw onderkomen. Burgemeester Koen Hehenkamp was nauw betrokken bij de voorbereidingsfase van het project, hij speelde een belangrijke rol in het bestuurlijke en politieke proces naar de bouw.
In de vergadering van 26 mei 1983 loodste hij het bouwkundig plan door de gemeenteraad. De benodigde gelden voor een nieuw gemeentehuis werden in de raadsvergadering van 26 juni 1986 gevoteerd.
In 1988, achtenvijftig jaar later, werd het nieuwe gemeentehuis opgeleverd, een ontwerp van Architectenbureau Derksen en Bongers. De officiële opening vond plaats op 2 juli 1988 en werd verricht door de wnd. commissaris van de Koningin in Overijssel, drs. J. Dijkema.
Het voornemen om villa Elisabeth te betrekken bij de herhuisvesting kon niet worden uitgevoerd binnen het geraamde taakstellende budget. Daarom besloot de gemeenteraad op 28 april 1992 het pand te verkopen aan de gebroeders Leurink. Voor die tijd heeft het pand nog een periode dienstgedaan als blijf-van-mijn-lijfhuis.
Rheineplein
Het nieuwe onderkomen aan het Rheineplein is een voorbeeld van wat in de bouwkunst het ‘structuralisme’ wordt genoemd, een modulaire opbouw met herhaling van eenheden. Het exterieur wordt gekenmerkt door rechthoekige volumes met bakstenen wanden en grote glazen puien. Daarbij vormen brede segmentbogen een zich steeds herhalend motief in de gevels. Maar ook hier werd, op zoek naar ruimte, efficiëntie en betere dienstverlening, het interieur in de jaren 2002-2003 verbouwd. Daarbij heeft de karakteristieke betonnen wenteltrap plaats moeten maken voor een nieuwe publieksbalie en is een nieuwe trap gebouwd van staal en hout. Verder is de entree gewijzigd en zijn binnen hallen verkleind om spreekkamers te kunnen inbouwen. De kantine werd omgevormd tot burgerzaal voor ontvangsten en recepties.
Door de jaren heen ontdekte men een aantal functionele en technische beperkingen aan het gebouw, dat, zo bleek, tevens bij lange na niet voldeed aan de gestelde eisen van duurzaamheid. Deze restricties gemixt met het achterstallig onderhoud en de miljoenen die het toekomstbestendig maken van het gebouw zouden vergen, wierp de vraag op; grootschalig renoveren en verduurzamen of nieuw bouwen?
Huis(kamer) van Borne
Na afweging van verschillende scenario’s besloot de gemeenteraad op 20 april 2021 te kiezen voor de integratie met het Kulturhus, of beter ‘samenwonen met het Kulturhus’, in plaats van het grootschalig verbouwen van het huidige gemeentehuis, nieuwbouw ter plekke of elders. Voor de realisatie werd een bedrag van ruim € 9 miljoen op tafel gelegd. Onder de naam ‘Huis van Borne’ werken straks verschillende instanties en organisaties samen, onder het motto ‘samen onder één dak en van en voor iedereen’.
Resumé
De gemeentehuizen van 1863, 1930 en 1988 weerspiegelden telkens de bestuurlijke opgaven en opvattingen van hun tijd. Het nieuwe ‘Huis van Borne’ dat binnenkort in gebruik wordt genomen, is het vierde bestuurlijke onderkomen in haar geschiedenis, een modern en ambitieus gebouw, klaar voor de toekomst, tenminste dat is het idee. Er komen fors minder werkplekken dan in het vorige gebouw. Dat wringt, want het gemeentebestuur heeft de ambitie om door te groeien naar 30.000 inwoners en dat betekent meer werk. Nu wordt hybride werken de norm en zal verdere digitalisering de processen nog efficiënter maken, maar de vraag blijft of dit huisvestingsconcept ook toekomstbestendig is. De tijd zal het leren. (HN)
Bij de foto's van boven naar beneden:
Bron: Gemeentearchief Borne;; Delpher; Gemeentehuizen in Nederland, VNG, Matrijs Utrecht 2020. Foto’s: Beeldbank gemeentearchief Borne; ‘Borne Boeit’.
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.