
In oktober 1940 werd de openbare arbeidsbemiddeling een rijkstaak. De gemeentelijke Arbeidsbeurzen maakten plaats voor het op 1 mei 1941 ingestelde Rijksarbeidsbureau (RAB). Borne was een bijkantoor van het Gewestelijk Arbeidsbureau Hengelo (O), door de bezetter in het leven geroepen en misbruikt om er zijn eigen economische en militaire voordeel mee te doen. In het begin werden de arbeidsbureaus door velen gevreesd vanwege vermeende collaboratie met de Duitsers. In werkelijkheid bleken, zeker in Hengelo, veel ambtenaren bereid om mannen te onttrekken aan de verplichte arbeidsinzet. Hun tegenwerking werd steeds groter, de acties steeds geraffineerder; sabotage, misleiding, gebruik van valse papieren en stempels. Gerard Simonetti was hoofd van de afdeling Migratie van de vestiging in Hengelo, een centrum van illegale activiteit. Verraad zou hem fataal worden.
Gerard Simonetti
Gerard Simonetti werd op 9 oktober 1916 in Borne geboren. Hij kwam uit een groot gezin, vader, moeder en zeven kinderen. Gerard haalde in juni 1935 zijn l.o. akte aan de St. Ludgerus kweekschool in Hilversum en aansluitend de akte handenarbeid. Op 1 juni 1937 ging hij aan de slag als tijdelijk onderwijzer aan de Aegidiusschool in Hertme. Nadat de school de deur moest sluiten, werd de gemeente Borne zijn nieuwe werkgever, een werkplek op het bureau steunuitkering van de afdeling Sociale Zaken. Niet voor lang, want op 1 september 1941 trad hij in dienst van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Hengelo, op de afdeling Migratie, die belast was met de bemiddeling en het op transport stellen van arbeidskrachten naar Duitsland. Gerard was lid van de elftalcommissie van NEO en zong, samen met zijn verloofde Dinie Vloedbelt, in zangkoor St. Caecilia.
Brand
Simonetti had zich aangesloten bij de LO, afdeling Twente, van de landelijke verzetsbeweging voor hulp aan onderduikers. Deze organisatie bouwde een netwerk op van ambtenaren die bereid waren clandestien bescheiden te leveren of deze te vervalsen. Op 17 juni 1943 werd ’s middags zijn afdeling door een verzetsgroep overvallen en in brand gezet. Daaraan voorafgaand hadden drie mannen het personeel onder bedreiging van een revolver tegen de muur gezet. De overval was georganiseerd door Maup Staudt, verzetsstrijder en medewerker van het arbeidsbureau.
Hij verschafte een plattegrond van het gebouw en zorgde ervoor dat alle gegevens die vernietigd moesten worden in één kamer lagen. Simonetti is nauw betrokken geweest bij de voorbereidingen van de overval. Het grootste gedeelte van de administratie werd vernietigd, gegevens die de Duitsers gebruikten voor de arbeidsinzet. Er waren veel omstanders die toekeken hoe het gebouw in vlammen opging. Toen duidelijk werd dat de brand was aangestoken zetten de Duitsers een dag later de hele stad af. Alle mannen geboren tussen 1917 en 1924 moesten zich melden en er werd een avondklok van kracht. Tegen de medewerkers van het Gewestelijk Arbeidsbureau werden geen acties ondernomen. Het gebouw kwam onder permanente bewaking van de politie te staan.
Verraad
Met de middelen die hem ter beschikking stonden heeft Simonetti de dwangarbeid gesaboteerd. Op 28 april 1944 werd hij door SD-voorman Karl Schöber gearresteerd, de aanklacht luidde ‘Arbeitsvertragbruch’. Eerder was hij door een zekere G.P. Wolf uit Hengelo benaderd, eerst thuis en later op kantoor. Die vroeg hem om een bewijs voor het verkrijgen van distributiebonnen voor zijn zoons. Deze waren thuisgekomen omdat ze niet langer in Duitsland wilden werken en in Haaksbergen ondergedoken zaten. Aanvankelijk weigerde Simonetti, omdat de jongens vrijwillig naar Duitsland waren gegaan, maar na lang aandringen stelde hij twee distributie stamkaarten beschikbaar. Als de twee jongens even thuis zijn worden ze door de beruchte Hengelose politieman Johannes Bronsema, een handlanger van Schöber, gearresteerd. Ze waren niet in het bezit van een ‘Ausweiss’, een vrijstelling voor het werken in Duitsland. Op de vraag hoe de jongens aan de distributiebescheiden waren gekomen, verklaarde de vader dat hij deze vrijwillig van Simonetti had gekregen. Bronsema rapporteerde de kwestie aan de SD en een paar dagen later moest de vader van de jongens zich bij de SD in Enschede melden. Daar was ook de inmiddels gearresteerde Simonetti aanwezig. De vader verklaarde andermaal dat hij de bonnen op illegale wijze van Simonetti had gekregen. Na het afleggen van deze verklaring werd hij heengezonden. Gerard Simonetti werd enkele dagen vastgehouden. Na vrijlating werd hij enige tijd later opnieuw gearresteerd. Waarom hij de adviezen van collega’s om onder te duiken heeft genegeerd, blijft gissen.
Kamp Amersfoort
Op 29 april 1944 werd Gerard Simonetti naar kamp Amersfoort overgebracht, van oorsprong een kazerneterrein van het Nederlandse leger. Vanaf augustus 1941 werden er door de nazi’s verschillende groepen opgesloten, zoals verzetsstrijders, ontduikers van de Arbeitseinsatz, communisten, gijzelaars, zwarthandelaren en joden. In dit concentratiekamp heerste een mensonterend regime van honger, mishandeling, dwangarbeid en executies.
Na aankomst werd hij ingeschreven en voorzien van een nummer, kampnummer 10865. Voortaan was hij een nummer. Geld, horloge en andere waardevolle persoonlijke spullen moesten worden afgegeven. Na inschrijving werd hij ‘Häftling’ van de Duitsers. De gevangenen in Amersfoort kregen oude afgedankte kleding van de PTT, het Nederlandse leger of andere instanties. De schoenen werden omgeruild voor klompen. Het onderkomen was een barak, een langwerpige ruimte met in het midden een gangpad en aan beide kanten een lange rij stapelbedden van drie verdiepingen.
Na het ochtendappèl en een zeer mager ontbijt werden de gevangenen aan het werk gezet. Er vertrokken commando’s, zoals de groepen werden genoemd, naar hun werk buiten het kamp. Gerard heeft gewerkt bij het commando van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF). Het NSF werd opgericht in 1943 en had een eigen barak in het kamp. De werkzaamheden bestonden uit het in elkaar zetten en verzendklaar maken van radiokastjes en onderdelen.
Vanuit Kamp Amersfoort gingen ruim 800 transporten naar andere bestemmingen. Simonetti vertrok op 18 juli 1944 met een transport naar Buchenwald in opdracht van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei in Den Haag.
Buchenwald
Een dag later werd hij in concentratiekamp Buchenwald afgeleverd en daar geregistreerd als ‘Häftling 22084’. Hij belandde in een hel. Kamp Buchenwald werd in juli 1937 gebouwd in de buurt van Weimar, midden in Duitsland. Doel van het kamp was om de Duitse oorlogsindustrie te ondersteunen door gevangenen als arbeidskrachten in te zetten bij de productie van o.a. V1's en V2's. Door overbevolking waren de omstandigheden in het kamp schrikbarend, dagelijks stierven er tientallen door ontberingen als uitputting, chronische ondervoeding en open tuberculose. Anderen stierven door marteling of medische experimenten. Door het oprukken van het rode leger werden steeds meer gevangenen uit andere kampen naar Buchenwald geëvacueerd. In de zomer van 1944 was het kamp met 31.491 gevangenen overvol. Veel gevangenen moesten noodgedwongen in de open lucht of in tenten bivakkeren.
Op 7 april, vier dagen voor de bevrijding van het kamp door de Amerikanen, besloot kampcommandant Hermann Pister het kamp te evacueren. Meer dan 28.000 gevangenen werden het kamp uitgejaagd en per spoor in open wagons vervoerd naar andere concentratiekampen. Velen maakten gedwongen de tocht te voet. Waarschijnlijk hebben meer dan 10.000 gevangenen door uitputting de dodenmarsen en het wekenlange treinvervoer niet overleefd. Ook Gerard Simonetti niet.
Overlijden
De informatie over het overlijden van Gerard is niet eensluidend. De Oorlogsgravenstichting meldt dat Simonetti op 5 mei 1945 is overleden in Theresienstadt (Tsjechië). Op de ‘Erelijst gevallenen 1940-1945’ staat vermeld dat hij op 9 april 1945 in kamp Buchenwald is overleden, dus na de bevrijding van het kamp door de Amerikanen. Volgens het ‘Informatiebureau v/h/ Nederlandse Roode Kruis’, is Gerard Simonetti ‘overleden tijdens transport van Buchenwald naar Theresienstadt tussen 10 april en 5 mei 1945’. Tijdens die barre tocht zou hij na overlijden uit de trein zijn gegooid.
Proces
Op 21 november 1946 wees het bijzonder Gerechtshof in Arnhem vonnis inzake de verrader van Simonetti, omdat hij: “Opzettelijk de chef van de afdeling Migratie van het gewestelijk arbeidsbureau Hengelo heeft blootgesteld aan opsporing, vervolging en vrijheidsberoving. Hij opzettelijk Bronsema van de politie Hengelo heeft ingelicht dat Simonetti vrijwillig bonkaarten had aangeboden.’’. Betrokkene werd veroordeeld tot een straf van 1 jaar en vijf maanden. De rechter oordeelde eveneens dat Bronsema de dood van Simonetti op zijn geweten had. De politieman, die bekend stond als de ‘jodenvanger’ van Hengelo, werd, in combinatie met andere tenlasteleggingen, ter dood veroordeeld, later omgezet in twintig jaar gevangenisstraf.
Monument
Op de Oude begraafplaats aan de Bornsestraat in Hengelo is een plaquette aan de muur bevestigd ter herinnering aan het omgekomen personeel van het voormalig Gewestelijk Arbeidsbureau Hengelo. Ook het Provinciaal verzetsmonument Overijssel in Markelo houdt de herinnering aan Gerard Simonetti levendig (HN)
Bij de foto's van boven naar beneden:
Bronnen: Gemeentearchief Borne; Nationaal Kamp Amersfoort; Nationaal archief; ‘Daarom bleven wij” M. Staudt jr., van Deinse Instituut 2000; Oorlogsgravenstichting. Foto’s: G.F.J. Simonetti; Beeldbank NIOD; M. Kamp; Beeldbank gemeentearchief Borne
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.