
De gemeente Borne heeft het nieuwe Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2026–2041 (IHP) gepresenteerd. Dat plan beschrijft hoe de komende zestien jaar de Bornse schoolgebouwen vernieuwd, uitgebreid of verduurzaamd worden. Hoewel het IHP een lange looptijd heeft, wordt het volgens wethouder Arthur Lammers elke vier jaar herijkt. “Het gaat niet alleen over stenen,” benadrukt hij. “We kijken eerst naar wat het onderwijs nodig heeft, en dáár passen we de gebouwen op aan.”
Om tot een heldere volgorde te komen, is vooraf een onafhankelijke gebouwen-schouw uitgevoerd. Daarin is per school gekeken naar de staat van het gebouw, de technische kwaliteit, ventilatie, duurzaamheid en de vraag of het gebouw nog aansluit bij het onderwijs van nu. Die schouw vormt de basis voor het plan dat nu op tafel ligt. De uitkomst: vier scholen moeten in de komende tien jaar flink worden aangepakt, elk met een eigen reden en een eigen tempo.
Flora als eerste aan de beurt
De Flora in Borne is de eerste school die wordt vernieuwd. In 2026 start de voorbereiding en in 2027–2028 volgt de bouwfase. De keuze om met deze school te beginnen komt rechtstreeks uit de schouw, waarin het gebouw als een van de meest urgent te vernieuwen locaties naar voren kwam.
Tijdens de bouw hoeven er geen noodlokalen te worden geplaatst. De leerlingen kunnen tijdelijk terecht in het leegstaande gebouw van ’t Oldhof, dat hiervoor geschikt wordt gemaakt. De afstand is klein en de verkeerssituatie is overzichtelijk, waardoor ouders weinig extra organisatie hoeven te verwachten.
Stephanus en Aegidius in dezelfde periode
Na de Flora zijn de St. Stephanus in Zenderen en de Aegidius in Hertme aan de beurt. De voorbereidingen voor beide scholen lopen in 2028 en 2029, waarna de bouw wordt gepland in 2030 en 2031. Dat de twee scholen tegelijk worden aangepakt, is volgens Lammers logisch: beide locaties hebben een stevige vernieuwingsopgave en de schouw laat zien dat de gebouwen op vergelijkbaar niveau zitten.
In Zenderen speelt nog een extra vraagstuk. Parallel aan het IHP wordt gewerkt aan het initiatief Leefbaar Zenderen, waarin ook wordt gekeken naar woningbouw en een mogelijke nieuwe multifunctionele accommodatie. De Stephanus zou daar in theorie onderdeel van kunnen worden. “We houden beide opties open,” zegt Lammers. “Maar hoe dan ook, de school blijft in Zenderen.”
Voor de Aegidius-school in Hertme geldt dat niet alleen de staat van het gebouw meespeelt, maar ook de ontwikkeling van het leerlingenaantal. De school telt momenteel zo’n 67 leerlingen, minder dan de ondergrens die het schoolbestuur graag ziet. Toch benadrukt Lammers dat de school belangrijk is voor het dorp. “We willen de Aegidius overeind houden. Maar dat betekent ook dat er voldoende jonge gezinnen in Hertme moeten kunnen blijven wonen.” Tijdens de bouw kunnen Aegidius-leerlingen tijdelijk terecht bij De Optimist, waar ruimte beschikbaar is. Daardoor hoeft ook hier geen tijdelijke huisvesting te worden gebouwd.
De Optimist als laatste in de reeks
De Optimist wordt als laatste aangepakt, met voorbereidingen in 2031–2032 en een bouwfase in 2033–2034. Hoewel aan de Optimist in het recente verleden kleinere verbeteringen zijn gedaan, zijn die volgens de gemeente niet van het soort dat een gebouw weer tientallen jaren vooruit helpt. De schouw laat zien dat een grote vernieuwbouw nodig is om het gebouw toekomstbestendig te maken. Tot de werkzaamheden starten verandert er voor de kinderen en ouders van De Optimist weinig. De school blijft tot die tijd normaal functioneren. Alleen in de periode dat de Aegidius wordt verbouwd, komen er tijdelijk leerlingen uit Hertme bij op de locatie, maar dat levert volgens de gemeente weinig praktische hinder op.
Keuzes over duurzaamheid en inclusie
Alle nieuwe gebouwen worden uitgevoerd volgens Frisse Scholen klasse B (Goed) en de BENG-eisen voor energiezuinig bouwen. Klasse B (Goed) is volgens de gemeente een goed evenwicht tussen kwaliteit en kosten, en sluit aan bij de landelijke normering. Scholen kunnen, als hun budget dat toelaat, zelf kiezen om extra stappen te zetten richting klasse A (Uitmuntend).
Het IHP sluit ook aan op de landelijke ambitie richting inclusiever onderwijs. Dat betekent dat sommige scholen extra ruimtes nodig hebben voor begeleiding of ondersteuning. Die extra voorzieningen vallen niet binnen het reguliere huisvestingsbudget en worden per situatie beoordeeld. “Dat moeten we per locatie bekijken,” zegt Lammers. “Als daar extra geld voor nodig is, leggen we dat aan de raad voor.”
Planning in het kort
Flora: Voorbereiding 2026 – bouw 2027/2028 – tijdelijke huisvesting in oud-Oldhof.
St. Stephanus (Zenderen): Voorbereiding 2028/2029 – bouw 2030/2031 – tijdelijke plek in Zenderen (locatie nog te bepalen).
Aegidius (Hertme): Voorbereiding 2028/2029 – bouw 2030/2031 – tijdelijke huisvesting bij De Optimist.
De Optimist: Voorbereiding 2031/2032 – bouw 2033/2034 – huisvesting nog onbekend
Een plan dat meebeweegt
Hoewel de planning nu helder is, blijft het IHP een document dat elke vier jaar wordt bijgesteld. Veranderingen in leerlingenaantallen, financiering, regelgeving of dorpsontwikkelingen kunnen leiden tot aanpassingen. Lammers ziet dat als een kracht: “We maken afspraken voor de lange termijn, maar we houden de flexibiliteit om bij te sturen wanneer dat nodig is.” (AJ/KDS)
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.