
Wie met Frank van Dam een rondje door de Kloostergaarde in Zenderen maakt, komt niet snel vooruit. Bij bijna iedere boom of plant valt wel iets te vertellen. Over de eekhoorns die er rondlopen, de bijen die er nestelen, bijzondere bomen en planten die vroeger werden gebruikt om textiel te kleuren. Zelf loopt Van Dam hier al jaren rond, maar uitgekeken raakt hij niet. “Er zit hier een schat aan leven. Alleen weten veel mensen niet dat het er is.”
Frank van Dam is voorzitter én vrijwilliger bij Stichting Invulling Stad en Landschap (SISL). De stichting onderhoudt de Kloostergaarde in opdracht van de gemeente Borne. Op dinsdag- en donderdagochtend zijn hier doorgaans tien tot vijftien vrijwilligers aan het werk. Een paar keer per jaar komen ze ook op zaterdag. En werk is er genoeg.
Ooit voetbalden hier de seminaristen
De geschiedenis van de tuin begint heel ergens anders. Het terrein hoorde bij het gymnasium van de Karmelieten en werd vanaf het einde van de negentiende eeuw gebruikt als sportveld voor de seminaristen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het terrein volgens lokale historische bronnen tijdelijk een heel andere bestemming: de Duitsers zouden het hebben gebruikt als munitieopslag. Oude hekken langs de tuin zouden daar nog aan herinneren.
In 1971 veranderde het terrein opnieuw. Het Agrarisch Opleidingscentrum nam de plek in gebruik en leerlingen van de tuinbouwopleiding legden er een sortimentstuin aan. Zo’n 1.500 planten, heesters en bomen kregen er een plek. Voor de leerlingen was de tuin onderdeel van hun opleiding en het onderhoud behoorde tot hun praktische werkzaamheden. “De tuinbouwmensen hebben dit aangelegd”, vertelt Van Dam. “Die moesten als opdracht ook stukken van de tuin onderhouden.”
Toen het AOC uiteindelijk uit Zenderen vertrok, probeerden vrijwilligers de tuin nog enige tijd bij te houden. Dat bleek een enorme klus. In 2005 ging de poort dicht. Twee jaar later kocht de gemeente Borne het terrein met de bedoeling de oude tuin te herstellen.
Sindsdien is er veel gebeurd. SISL werkt inmiddels ongeveer tien jaar aan de Kloostergaarde. Dit voorjaar ondertekende Van Dam samen met wethouder David Vermorken alweer de derde beheerovereenkomst. Daarmee blijft SISL in ieder geval tot eind 2030 verantwoordelijk voor het beheer van de tuin.
Een boom met drie namen
Tijdens een rondje door de tuin wijst Van Dam voortdurend dingen aan waar een argeloze bezoeker waarschijnlijk zo aan voorbijloopt. Bij een bijzondere boom begint hij te lachen. Zelfs deskundigen zijn het volgens hem niet helemaal eens over wat er precies staat. “Deze boom heeft drie namen. Daar is onder de deskundigen discussie over.”
Even verderop staat een bonte esdoorn. Tussen de groene bladeren zitten opvallend lichte, bijna witte delen. Een bijzondere verschijning die je volgens Van Dam niet vaak tegenkomt. Dan volgt een metasequoia. Een indrukwekkende boom, al is het exemplaar in Zenderen met zijn ongeveer veertig jaar eigenlijk nog maar een jonkie. Maar het gaat Van Dam niet alleen om de bomen. “Hier zitten boomklevers en boomkruipers in. En de eekhoorns komen elkaar hier tegen.” Dat is precies wat hij bezoekers wil laten zien. Niet alleen kijken naar een mooie boom of bloem, maar naar alles wat eromheen gebeurt. “Mensen weten vaak helemaal niet hoeveel hier leeft. Je moet de tijd nemen om te kijken. Dan zie je het.”
Alles heeft elkaar nodig
De natuur in de Kloostergaarde bestaat volgens Van Dam uit talloze kleine ketens. Bijen bestuiven bloemen en planten. Bomen bieden vogels voedsel en onderdak. Vogels eten op hun beurt weer insecten. Eekhoorns verstoppen noten in de grond en vergeten er soms eentje, waardoor ergens anders weer een boom kan ontstaan. “Zo zijn er allemaal kleine ketens waarin verschillende soorten elkaar helpen om verder te komen.” Daarom wordt de Kloostergaarde biologisch onderhouden. Geen bestrijdingsmiddelen dus. Volgens Van Dam is het verschil goed merkbaar aan het aantal vlinders, bijen en andere insecten dat in de tuin voorkomt. Om ook kinderen te laten ontdekken hoe die verschillende soorten van elkaar afhankelijk zijn, zijn er speelkaarten waarmee ze in de tuin op zoek kunnen naar planten, bomen en dieren en hun onderlinge verbanden.
Een hotel vol wilde bijen
Bij het bijenhotel laat Van Dam zien hoe klein sommige van die natuurverhalen zijn. Een metselbij zoekt een gaatje, legt daarin een eitje en zorgt voor voedsel. Daarna wordt het kamertje afgesloten en begint ze opnieuw. Ei, voedsel, wandje en weer verder. Zo kan achter één klein gaatje een hele rij kamertjes met nieuw leven ontstaan. Naast de wilde bijen staan er bij de Kloostergaarde ook bijenvolken van een imker. Volgens Van Dam zijn het er ongeveer tien. “Die bijen zijn ontzettend belangrijk voor de tuin. En die doen het hier echt goed.” Ook bij de honingboom is genoeg bedrijvigheid. Niet alleen bijen komen erop af. Mezen weten de plek eveneens te vinden en pikken er insecten weg.
Groenten die bijna vergeten waren
De Kloostergaarde bestaat uit veel meer dan bomen. De tuin is verdeeld in verschillende gedeelten, met onder meer borders, een voedselbos en een grote groentetuin. In totaal zijn er ruim tweehonderd verschillende soorten bomen en planten te vinden. In de groentetuin wordt hard gewerkt aan bijzondere en soms bijna vergeten groenten. De opbrengst blijft niet binnen de hekken van de Kloostergaarde. Groenten uit de tuin vinden onder meer hun weg naar de horeca in de directe omgeving. De verzameling bomen is inmiddels zo bijzonder dat de Kloostergaarde een formele arboretumstatus heeft.
De natuur als oude gereedschapskist
Frank wijst ondertussen ook planten aan die vertellen hoe mensen vroeger gebruikmaakten van wat er in de natuur groeide. Kamille kon bijvoorbeeld worden gebruikt om textiel geel te kleuren. Andere planten leverden weer andere kleuren. Bij wede, een plant waaruit vroeger blauwe kleurstof werd gewonnen, hoort volgens Frank een mooi oud verhaal. Arbeiders die de plant teelden zouden op zaterdagavond flink hebben gedronken. Hun urine kon vervolgens bij het verfproces worden gebruikt. Na het weekend was het afwachten of de kleur goed uitpakte. “En dan had je maandag een blauwe maandag”, vertelt hij. Of onze huidige uitdrukking ‘een blauwe maandag’ werkelijk daar vandaan komt, is overigens niet zeker. Voor de herkomst bestaan ook andere taalhistorische verklaringen. Het verhaal laat wel zien hoe planten die we tegenwoordig misschien gedachteloos voorbijlopen vroeger een heel praktische waarde hadden. Ook de kaardebol verwijst naar zo’n verleden. Verwante gekweekte kaardesoorten werden vroeger gebruikt bij het bewerken van wollen stoffen. “Er is in de natuur ontzettend veel waar wij als mensen iets aan hebben.”
Droogte laat zijn sporen na
Dat de tuin steeds mooier wordt, betekent niet dat alles vanzelf gaat. Vooral droogte is een probleem. De Kloostergaarde ligt op relatief arme grond en in droge perioden is het onmogelijk om alles voortdurend water te geven. Van Dam herinnert zich de droge zomer van 2018 nog goed. Ook dit jaar zijn de gevolgen zichtbaar. “Je ziet het aan het gras en de bomen, alles is droog. En je kunt hier niet blijven sproeien.”
Soms proberen de vrijwilligers wekenlang planten overeind te houden. Bij ingewikkelde keuzes vertrouwen ze niet alleen op hun eigen kennis. Er wordt advies gevraagd aan deskundigen en een kweker helpt met zijn kennis. Ook is er nog contact met een oud-docent die destijds betrokken was bij de aanleg van de sortimentstuin. Langzaam wordt zo geprobeerd de bijzondere verzameling niet alleen in stand te houden, maar ieder jaar verder te verbeteren.
“Hier word je blij”
Voor vrijwilliger Antje zit de aantrekkingskracht van de Kloostergaarde niet alleen in bijzondere bomen, bijen of vergeten groenten. “Het is een feestje om hier te werken”, vertelt ze. “Het hele jaar door is het prachtig. Of het koud is, regent of warm is. Je ziet wat er groeit en je kunt eraan meehelpen dat het mooi blijft.” Ze woont in Borne en komt ongeveer één keer per week naar Zenderen. En juist het gezamenlijke karakter spreekt haar aan. “Je hebt de vrijheid om je gang te gaan. Hier word je blij.” Er wordt gewerkt, maar ook samen koffiegedronken. Er is ruimte voor advies, voor een serieus gesprek of gewoon wat ouwehoeren. “In de tuin werken is therapeutisch”, zegt Antje.
Integreren
Ook mensen die bezig zijn met re-integreren vinden volgens haar hun weg naar de Kloostergaarde. Buiten werken, bezig zijn en ondertussen onderdeel zijn van een groep. “Je hoeft je hier niet bedreigd te voelen. Het is gewoon lekker om hier te zijn.” Nieuwe vrijwilligers zijn dan ook welkom. Want hoe mooi de Kloostergaarde er inmiddels ook bij ligt, het werk houdt nooit op. Zeker in droge perioden kost het veel tijd om bloemen en planten te behouden.
En wie geen groene vingers heeft, kan natuurlijk ook gewoon komen kijken. Maar dan wel zoals Frank het doet. Niet te snel. Want achter een boom zit een vogel, in een gaatje bouwt een bij haar nest en ergens onder een struik heeft een eekhoorn misschien alweer een noot verstopt. “Je moet hier de tijd nemen om te kijken. Dan zie je het.” (KDS)
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.