Ouders zoeken elkaar op om eerste smartphone van hun kinderen uit te stellen
OUDERINITIATIEF SMARTPHONEVRIJ OPGROEIEN OP DE OPTIMIST WIL GROEPSDRUK DOORBREKEN

Ouders zoeken elkaar op om eerste smartphone van hun kinderen uit te stellen

De zorgen over smartphonegebruik onder kinderen groeien. De Nederlandse overheid adviseert ouders om hun kinderen pas vanaf groep 8 een eigen smartphone te geven, terwijl Europa werkt aan strengere regels voor sociale media. Ook op basisscholen zijn mobiele telefoons tijdens de lessen inmiddels niet meer toegestaan. Maar wat gebeurt er buiten de schoolmuren? En hoe zeg je als ouder nog nee wanneer alle klasgenootjes al een smartphone hebben? Op basisschool De Optimist in Borne proberen Lieke Kleijkamp en Lennart Onwijn die groepsdruk te doorbreken. Met het initiatief Smartphonevrij Opgroeien brengen ze ouders samen die hun kinderen liever nog wat langer zonder smartphone laten opgroeien. De belangstelling is groot: binnen drie uur sloten zich zo'n vijftig ouders aan.

 

Het begon eigenlijk heel eenvoudig. Lieke Kleijkamp, moeder van drie kinderen en werkzaam als GZ-psycholoog bij Mediant, kreeg vorig jaar met Sinterklaas een boek over Smartphonevrij Opgroeien. De van oorsprong Britse beweging probeert ouders te helpen om gezamenlijk bewuste keuzes te maken over het smartphonegebruik van hun kinderen. Het onderwerp hield Lieke al langer bezig. Zowel thuis als in haar werk ziet ze hoe groot de invloed van sociale media op het dagelijks leven kan zijn. “We hadden het er thuis regelmatig over”, vertelt ze. “Je ziet bijvoorbeeld op een camping hoe kinderen met hun telefoon bezig zijn. Maar ook vanuit mijn werk zie ik welke rol sociale media kunnen spelen bij mentale problemen. Dat zette me aan het denken.”

 

Binnen drie uur vijftig ouders

Via de landelijke beweging ontdekte ze dat ouders zich per school kunnen verenigen. Voor De Optimist bestond nog geen groep, dus maakte Lieke er zelf eentje aan. “De eerste weken zat ik er helemaal alleen in”, lacht ze. “Ik dacht: dit werkt dus ook niet.” Totdat ze een berichtje plaatste in de klassenapp van haar zoon. Of er misschien meer ouders waren die zich weleens zorgen maakten over het smartphonegebruik van kinderen en daarover wilden praten. Het bericht werd doorgestuurd naar andere klassen en binnen drie uur zaten er ongeveer vijftig ouders in de groep. Het was het begin van een initiatief dat inmiddels steeds meer vorm krijgt.

 

Een ontmoeting op het schoolplein

Een van de ouders die zich aansloot, was Lennart Onwijn. Hij is vader van twee kinderen van vijf en zeven jaar en werkt als strateeg bij woningcorporatie Domijn. Lennart en Lieke kennen elkaar bovendien als achterburen. Op het schoolplein raakten ze over het initiatief aan de praat. “Ik vond het meteen ontzettend mooi dat Lieke hiermee begonnen was”, vertelt Lennart. “Ik was zelf al bezig met mijn eigen smartphonegebruik. Ik vind het eigenlijk behoorlijk absurd hoeveel tijd ik, en zoveel andere mensen, op zo'n telefoon doorbrengen. Toen ik van dit initiatief hoorde, dacht ik: hier wil ik graag aan bijdragen.”

 

Zijn motivatie is naar eigen zeggen heel eenvoudig. Hij wil zijn kinderen zoveel mogelijk tijd geven om gewoon kind te zijn. “Spelen met vriendjes, voetballen, vissen, buiten zijn. Allemaal dingen die wij vroeger heel vanzelfsprekend vonden. Ik zou het ontzettend jammer vinden als mijn kinderen straks uren per dag op hun telefoon zitten en daardoor al die andere dingen missen.” Samen besloten Lieke en Lennart het initiatief verder uit te bouwen. Ze zochten contact met de school, die enthousiast reageerde en bereid was ondersteuning te bieden. Via de nieuwsbrief werd aandacht besteed aan het onderwerp en vlak voor de zomervakantie organiseerden ze een eerste ouderbijeenkomst. Ook aan het begin van dit schooljaar werd in de verschillende klassen een filmpje van de landelijke beweging vertoond.

 

Niemand wil dat zijn kind buiten de groep valt

Hoewel de zorgen over smartphones een belangrijke aanleiding vormen, draait het initiatief volgens Lieke en Lennart uiteindelijk vooral om iets anders: de groepsdruk waar zowel kinderen als ouders mee te maken krijgen. “Er zijn heel veel ouders die hun kind eigenlijk nog geen smartphone willen geven”, legt Lieke uit. “Maar als andere kinderen in de klas er wel eentje hebben, wordt het steeds moeilijker om aan die keuze vast te houden. Je wilt immers niet dat jouw kind als enige buiten de boot valt.” Dat dilemma begrijpt ze heel goed. Sterker nog, ze weet niet of ze zelf voet bij stuk zou kunnen houden wanneer haar kind als enige in de klas geen smartphone heeft en daardoor activiteiten of sociale contacten mist. “Daarom is het zo belangrijk dat ouders elkaar weten te vinden. Als je ontdekt dat er nog zes of zeven andere ouders in de klas zijn die er hetzelfde over denken, wordt het ineens veel gemakkelijker. Dan kun je samen afspreken dat je bijvoorbeeld dit schooljaar nog geen smartphone geeft. Of misschien zelfs gedurende de hele basisschooltijd.”

 

Geen opgeheven vingertje

Het gaat nadrukkelijk niet om het overtuigen van alle ouders, benadrukt Lieke. Iedereen moet volgens haar zijn eigen afweging kunnen maken. De bedoeling is juist om ouders die dezelfde twijfels hebben met elkaar in contact te brengen, zodat zij zich gesteund voelen in hun keuze om het geven van een smartphone uit te stellen. Juist daarom vinden de initiatiefnemers het belangrijk dat ouders met elkaar in gesprek gaan. Want waar de ene ouder denkt dat hij de enige is die nog wil wachten, blijkt de buurman of de moeder van een klasgenootje daar misschien precies hetzelfde over te denken.

 

‘Zelfs als volwassene is het lastig om je telefoon weg te leggen’

Lieke maakt zich niet alleen zorgen over de tijd die kinderen aan hun smartphone besteden, maar ook over de invloed die sociale media op hen kunnen hebben. Vanuit haar achtergrond als psycholoog volgt ze de ontwikkelingen met belangstelling. “We weten dat veel smartphonegebruik samenhangt met verschillende lichamelijke en mentale problemen. Bij mentale gezondheid is het moeilijker om oorzaak en gevolg vast te stellen, maar er worden wel verbanden gevonden met bijvoorbeeld angst en depressieve gevoelens.” Daarnaast wijst ze op de manier waarop sociale media zijn ontworpen. Eindeloos scrollen, meldingen die voortdurend aandacht vragen en digitale beloningen die gebruikers steeds opnieuw naar hun scherm trekken. “Zelfs voor volwassenen is het al ontzettend moeilijk om zo'n telefoon weg te leggen. Terwijl kinderen hun impulscontrole nog volop aan het ontwikkelen zijn. Dan kun je je afvragen of je hen daar op jonge leeftijd al aan moet blootstellen.”

 

Wat kinderen ervoor terugkrijgen

Maar er is volgens haar nog een belangrijker argument. Alle uren die een kind achter een scherm doorbrengt, kunnen niet aan iets anders worden besteed. “Kinderen moeten leren omgaan met andere kinderen, vriendschappen sluiten, grenzen ontdekken, lezen, buitenspelen en allerlei ervaringen opdoen. Dat zijn allemaal ontzettend belangrijke onderdelen van hun ontwikkeling. Als je heel veel tijd op je telefoon doorbrengt, blijft daar minder ruimte voor over.” Lennart kijkt er op een vergelijkbare manier naar. “Als je hoort hoeveel uren sommige jongeren dagelijks op hun telefoon zitten, dan schrik je daar toch van? Een dag heeft maar 24 uur. Je moet ook nog slapen, naar school en allerlei andere dingen doen. Wat blijft er dan nog over?”

 

Niet tegen technologie

Betekent smartphonevrij opgroeien dat kinderen helemaal geen schermen meer mogen gebruiken? Zeker niet, benadrukt Lieke. “Wij zijn thuis absoluut niet tegen technologie. Onze kinderen kijken ook filmpjes, we hebben een iPad en een PlayStation. Mijn zoon zoekt soms iets op mijn telefoon op of speelt er een spelletje op. Daar gaat het helemaal niet om.” Het verschil zit volgens haar vooral in het bezit van een eigen apparaat dat voortdurend binnen handbereik is. “Een smartphone is eigenlijk veel meer dan een telefoon. Het is een kleine computer die je altijd bij je draagt en waarop voortdurend van alles gebeurt. Dat vind ik echt iets anders dan een eenvoudig telefoontje waarmee je kunt bellen en sms’en.” Ook het argument dat kinderen vroeg moeten leren omgaan met technologie, overtuigt haar niet helemaal. “Natuurlijk moeten kinderen digitaal vaardig worden. Maar daarvoor hoeven ze echt niet op hun tiende al Instagram of Snapchat te gebruiken. Dat leren ze later snel genoeg. Veel belangrijker is dat ze kritisch leren nadenken, een goed sociaal netwerk opbouwen en weerbaar worden. Juist die vaardigheden helpen hen later ook in de digitale wereld.” Het uitstellen van een smartphone betekent bovendien niet dat kinderen nooit met digitale technologie in aanraking mogen komen. De landelijke beweging pleit voor een geleidelijke opbouw, waarbij bijvoorbeeld eerst een eenvoudig toestel wordt gebruikt en pas later een smartphone met meer mogelijkheden.

 

Ouders die spijt hebben

Dat de zorgen niet alleen theoretisch zijn, merkten Lennart en Lieke tijdens ouderbijeenkomsten. Ze bezochten ook een bijeenkomst op een andere school en hoorden daar verhalen die indruk maakten. “We hebben ouders gezien die echt in tranen uitbarstten”, vertelt Lennart. “Die zeiden: hadden we die smartphone maar wat later gegeven. Ze hebben er nu iedere dag strijd over. Bijvoorbeeld omdat hun kind die telefoon mee naar de slaapkamer wil nemen.” Ook op scholen zijn de gevolgen van smartphonegebruik volgens Lennart merkbaar. “Daar gebeuren soms dingen op social media waar leerkrachten nauwelijks grip op hebben, maar waarvan ze de volgende ochtend wel de gevolgen merken. Kinderen die buitengesloten worden, ruzies die ontstaan of kinderen die helemaal van slag in de klas zitten.” Het laat volgens hem zien dat het vraagstuk veel verder gaat dan alleen de afspraken die scholen binnen hun eigen muren maken. Een school kan regels invoeren voor smartphonegebruik tijdens schooltijd, maar wat kinderen thuis en in groepsapps doen, valt grotendeels buiten het zicht van leerkrachten. Juist daarom is samenwerking met ouders volgens de initiatiefnemers onmisbaar.

 

Ook andere Bornse scholen

Het initiatief op De Optimist bestaat inmiddels ongeveer een jaar. De eerste stappen zijn gezet, maar Lieke en Lennart zien nog volop mogelijkheden om het verder uit te bouwen. Daarbij willen ze vooral ouders binnen dezelfde klassen met elkaar verbinden, zodat zij gezamenlijk afspraken kunnen maken. Ondertussen merken ze dat de belangstelling verder reikt dan hun eigen school. “We horen van ouders die na onze bijeenkomst met vrienden praten van wie de kinderen op andere scholen zitten”, vertelt Lieke. “Dan krijgen ze reacties als: zoiets zouden wij bij ons op school eigenlijk ook moeten hebben.” Ook met ouders op enkele scholen in Hengelo hebben de initiatiefnemers contact. In Borne is De Optimist voor zover zij weten momenteel de enige basisschool waar ouders zich op deze manier hebben verenigd. Ze hopen dat andere scholen volgen.

 

Een rol voor de gemeente?

Lennart en Lieke sluiten bovendien niet uit dat er op termijn samenwerking ontstaat met bijvoorbeeld de gemeente. Ze hebben al eens gesproken over de mogelijkheid om contact te zoeken met wethouder Bo ter Braak, die onder meer onderwijs en jeugd in haar portefeuille heeft. Ook een grotere informatiebijeenkomst, bijvoorbeeld voor ouders van meerdere scholen, behoort tot de ideeën. Tegelijkertijd wil Lieke het oorspronkelijke doel niet uit het oog verliezen. Ze begon het initiatief immers vooral vanuit haar eigen rol als moeder. Wat haar betreft hoeft het niet uit te groeien tot een grote organisatie. Het belangrijkste is dat ouders elkaar weten te vinden en samen bewuste keuzes kunnen maken. Lennart ziet veel mogelijkheden wanneer ouders, scholen en gemeente elkaar weten te versterken. Hij gelooft dat juist de combinatie van initiatieven vanuit ouders en ondersteuning door organisaties voor verandering kan zorgen. Niet door ouders regels op te leggen, maar door hen te helpen gezamenlijk keuzes te maken.

 

‘Ik hoop dat ze later zeggen: bedankt pap’

Wat hopen ze uiteindelijk te bereiken? Niet dat hun kinderen voor altijd zonder smartphone door het leven gaan. Wel dat ze de ruimte krijgen om op hun eigen tempo op te groeien, zonder voortdurend de druk van een digitale wereld te voelen. Lieke beseft dat hun kinderen daar later misschien niet altijd even blij mee zullen zijn. “Dat hoort ook bij opvoeden. Je maakt als ouder soms keuzes waar je kinderen het niet mee eens zijn. Maar ik hoop dat ze later terugkijken en beseffen hoeveel vrijheid ze daardoor hebben gehad. Hoeveel tijd ze hebben gehad om buiten te spelen, vrienden te maken en gewoon kind te zijn. Want je neemt ze niet alleen iets af. Je geeft ze er vooral ontzettend veel voor terug.” Ook Lennart weet wat hij het liefst van zijn kinderen zou horen als ze eenmaal volwassen zijn. “Het zou toch geweldig zijn als ze dan zeggen: bedankt pap, dat ik toen ik tien, twaalf of veertien was niet de hele dag met mijn hoofd aan een schermpje gekluisterd zat. Dat ik toen nog allemaal andere dingen heb gedaan.” En misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste gedachte achter het initiatief. Niet zozeer wat kinderen zonder smartphone moeten missen, maar wat ze daardoor juist kunnen beleven.

 

Zelf aansluiten of een initiatief beginnen

Ouders die zich willen aansluiten bij Smartphonevrij Opgroeien of zelf een initiatief willen beginnen, kunnen terecht op www.smartphonevrijopgroeien.nl. Daar kunnen zij onder meer zien of er op hun school al andere ouders zijn die het geven van een smartphone willen uitstellen. Ouders van De Optimist vinden informatie over de eigen WhatsApp-groep via de schoolnieuwsbrief. Lieke en Lennart helpen ook graag ouders van andere scholen die een vergelijkbaar initiatief willen opzetten. (KDS)

 

© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.

Deel
De link is gekopieerd naar het klembord!
reageren op deze pagina
David — 15 okt 2026
Poeh wat een schermtijd heeft me dit bericht gekost zeg

Fien Sabèl (13) laat van zich horen met eerste...

Een vriend van haar vader hoorde haar boven op haar kamer zingen. Via hem kwam Fien Sabèl...
14-10-2026

Auto belandt in water aan Sumpelmaat

Aan de Sumpelmaat in de Bornsche Maten is dinsdagmiddag een auto in het water terechtgekomen....
13-10-2026

Stroomstoring op bedrijventerrein Veldkamp

Aan De Vormerij op bedrijventerrein De Veltkamp werd maandagmorgen een stroomstoring gemeld....
12-10-2026

Het rijk van ‘Koning Ledeboer’

De naam Ledeboer is in Borne vooral verbonden met de machinefabriek die Johan Marie Ledeboer in...
11-10-2026

De flexflitser staat opnieuw aan de Azelosestraat

De flexflitser is vandaag, vrijdag 9 oktober, opnieuw geplaatst aan de Azelosestraat in Borne....
09-10-2026

Heeft u al een coronaprik gehaald?

ADVERTORIAL. Heeft u al een coronaprik gehaald? Het is van 25 augustus tot en met 27 november...
09-10-2026