
Tussen de kronkelende paadjes, kleurrijke bloemen en volop groeiende groenten is het moeilijk voor te stellen dat de moestuin van Danielle Klein Horsman vier jaar geleden begon als een manier om haar hoofd leeg te maken. Wat startte tijdens een zware periode in haar leven, groeide uit tot een grote passie. “Ik kwam thuis te zitten met een heftige burn-out, met allerlei bijkomende klachten. Ik kon geen prikkels en drukte verdragen. Ik wilde graag iets te doen hebben en ben samen met een vriendin begonnen met moestuinieren. Mensen dachten dat het wel weer over zou waaien, maar ik ben er juist steeds fanatieker in geworden.”
Met je handen in de aarde
Die fanatiek onderhouden moestuin is inmiddels haar eigen plek geworden. “Hier ben je alleen. Niemand hoeft iets van je. Ik hoef niks, mag alles. Het mooie is dat de tuin gewoon doorgaat. Hoe minder je doet, hoe beter het soms gaat. Dat geeft rust. Lekker met je handen in de aarde, dat is gewoon goed voor een mens.” Danielle woont inmiddels tien jaar in Borne en combineert haar drukke gezinsleven met het onderhouden van een volkstuin van zo’n 200 vierkante meter. Minimaal drie dagdelen per week is ze er te vinden, afhankelijk van het seizoen. “In februari en maart begin ik al met voorzaaien. Ik probeer het seizoen zo lang mogelijk te maken. In oktober wordt het weer rustiger.”
Elke dag eten uit eigen tuin
In de zomer staat de tuin volop in productie. Op een gemiddelde dag oogst Danielle onder meer wortels, broccoli, snijbiet, palmkool, basilicum, boontjes, aalbessen en bloemen. “We eten in deze periode eigenlijk elke dag groenten uit de tuin. Ook de kruiden komen hiervandaan. Fruit moeten we soms bijkopen, maar we merken echt dat we in deze maanden goedkoper uit zijn in de supermarkt. Ik maak er ook een sport van om het tuinieren zo goedkoop mogelijk te houden.” Experimenteren hoort daar ook bij. Zo verbouwde ze al zwarte tomaten, paarse boerenkool, ronde courgettes en zelfs een kiwano. “Die groeide prachtig, maar was eerlijk gezegd niet te eten.”
De bodem staat centraal
In haar tuin werkt Danielle volgens de principes van permacultuur. In plaats van keurige rijtjes met één gewas groeien groenten, bloemen en kruiden door elkaar. “Bij monocultuur haal je steeds dezelfde voedingsstoffen uit de grond. Ik voed juist de bodem in plaats van de plant. Door verschillende gewassen en wortels te combineren blijft de grond gezond en heb ik nauwelijks meststoffen nodig.” Dat de tuin er daardoor wat speelser uitziet, vindt ze juist mooi. “Ik hou ervan als alles door elkaar groeit. Het hoeft niet perfect te zijn.”
Tuintje 26
Danielle is één van de 54 leden van de volkstuinvereniging. De vereniging beheert één van de zeven volkstuincomplexen in Borne. Leden huren er een stuk grond en richten dat helemaal naar eigen smaak in. Vrije plekken zijn er nauwelijks; er is een wachtlijst. Via haar Instagram deelt Danielle regelmatig foto’s van haar tuin. Oorspronkelijk deed ze dat vooral om haar eigen voortgang vast te leggen, maar inmiddels volgen veel andere moestuinliefhebbers haar. “Op beurzen spreken mensen me soms aan. Dan zeggen ze: ‘Jij bent van tuintje 26.’ Dat is wel grappig.”
Zwarte vingers
Waar Danielle misschien nog wel het meest van geniet, is simpelweg rondlopen in haar tuin. “Ik word blij van alle kleurtjes en van het feit dat het niet perfect hoeft te zijn.” Voor beginnende moestuiniers heeft ze dan ook een duidelijke boodschap. “Veel mensen denken dat je groene vingers moet hebben. Dat is een misvatting. Je krijgt eerst zwarte vingers… en daarna worden ze vanzelf groen. Gewoon beginnen.” Haar droom? “Dat de tuin steeds meer voor zichzelf gaat werken. Dat de bodem elk jaar beter wordt, we nog meer uit eigen tuin kunnen eten en ik er vooral veel plezier aan blijf beleven.” (KDS)
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.