
Wie tegenwoordig door de winkelstraten loopt in de weken voor Kerst, ziet een overvloed aan lichtjes en rijk gevulde etalages. Kerstmis anno nu staat voor gezelligheid, cadeaus en samen tafelen in warmte en comfort. Hoe anders was dat tijdens de oorlogsjaren 1940-1945, met name in het laatste bezettingsjaar. Gezinnen moesten vaak creatief omgaan met wat er nog te krijgen was; een handvol aardappelen, surrogaatproducten of soms helemaal niets. Kortom tekorten aan voedsel, kleding en brandstof bepaalden het dagelijks leven.
Het contrast met de huidige kerstviering is groot. Waar Kerst in oorlogstijd vooral draaide om soberheid, hoop en creativiteit, kennen we het feest vandaag vooral als een tijd van overvloed, gemak en consumptie. Juist dit verschil maakt een vergelijking tussen toen en nu, 80 jaar na herkregen vrijheid, betekenisvol. Kerst 2025 nodigt ons uit stil te staan bij het laatste oorlogsjaar in Borne.
Distributie
De bezetting werd in dat jaar ook voor de Bornse bevolking steeds duidelijker voelbaar. Eten, drinken en een dak boven je hoofd, het waren de belangrijkste levensbehoeften, die steeds meer onder druk kwamen te staan. Door de schaarste waren er geen producten voor iedereen. Een verdelingssysteem moest ervoor zorgen dat iedereen een eerlijk deel kreeg en om hamsteren tegen te gaan.
Nederland kreeg een ingewikkeld en bureaucratisch distributiesysteem, een soort boekhouding, streng gecontroleerd en constant in beweging door tekorten en logistieke problemen. Maar er werd tot de winter 1944 geen hongergeleden. Iedere Nederlander kreeg als basis een distributie stamkaart, een persoonlijk identiteitsbewijs waarmee je je voorraad bonnen kon ophalen. Op die kaart werd bijgehouden op hoeveel bonnen van elk soort je recht had. In de krant of op speciale affiches werd bekendgemaakt welke bonnen wanneer geldig waren.
Per ingeleverde bon had je dan recht op een bepaalde hoeveelheid van een product of bijvoorbeeld op een paar schoenen. Als je boodschappen ging doen moest je dus geld en de juiste bonnen meenemen, die verdeeld werden door de distributiekantoren. Wat er uiteindelijk nog vrij te koop was waren surrogaten als koeken, soep- en jusblokjes, koffie en thee.
Persoonsbewijs
Een cruciaal onderdeel van het distributiesysteem was het persoonsbewijs, een verplichte identiteitskaart die vanaf 1941 werd ingevoerd. Wie een distributiekaart wilde hebben moest zijn persoonsbewijs tonen. Het persoonsbewijs bevatte een foto, vingerafdruk en handtekening en was voorzien van officiële stempels. Hiermee kon de overheid precies zien wie welke bonnen kreeg. Deze controle was ook bedoeld om te voorkomen dat onderduikers of verzetsmensen bonnen konden ontvangen. Maar In de praktijk gebeurde dit toch wel via vervalsing of overvallen op distributiekantoren.
Distributiekantoor Borne
Het systeem werd centraal aangestuurd door de Rijksdistributiedienst (RDD) in Den Haag. Op gemeentelijk niveau stond het distributiekantoor onder aansturing van de burgemeester. Het had een centrale rol in de uitvoering van de voedsel- en goederenrantsoenering. In Borne was het kantoor gevestigd in een lokaal van de toenmalige ambachtsschool aan de Aanslagsweg, hoek Woolderweg. Behalve op zondag, was het kantoor op alle dagen van de week geopend. Er waren vijf mensen werkzaam, naast een leidinggevende, drie administratieve medewerk(st)ers en een controleur. Ze waren verantwoordelijk voor de uitgifte van distributiestamkaarten en distributiebonnen. Daarnaast voerden ze de administratie en controle van de uitgifte om fraude te voorkomen en coördineerden ze de samenwerking met winkeliers over welke bonnen geldig waren. De lokale winkelier mocht een product alleen verkopen als de klant, naast geld, de juiste bon inleverde, hij moest de ingenomen bonnen registreren en inleveren. Dan pas had hij weer recht op een nieuwe voorraad. Het kantoor was voor veel burgers een onmisbare schakel in het dagelijks overleven tijdens de bezetting.
Impact
Die dagelijkse realiteit had een grote impact op het dagelijks leven, rijen voor winkels waren gebruikelijk, omdat iedereen tegelijkertijd zijn of haar bonnen wilde inwisselen. Het bepaalde vrijwel iedere dag wat men wel of niet kon eten. Het bezit van geld alleen was niet voldoende, zonder de juiste bonnen kon men de noodzakelijke levensmiddelen niet krijgen. Bij verlies moest door betrokkene een officiële verklaring van vermissing worden ondertekend om nieuwe bonnen te krijgen. De beschikbaarheid van voedsel en brandstof nam gaandeweg sterk af tot vrijwel nihil tijdens de winter 1944-1945.
Controle
Omdat de bonnen een grote financiële waarde vertegenwoordigden, bestond er een groot risico op fraude, valsheid in geschrifte en misbruik. Daarom sloot Borne zich, samen met 26 andere gemeenten, aan bij de ‘Gemeenschappelijke Regeling op de waardepapieren van de distributiediensten’. Bedoeld om de interne controle op de waardepapieren gezamenlijk beter te organiseren. De administratie werd centraal geregeld vanuit een kantoor in Delden.
Groente
De verarming van Nederland in de oorlog was vooral merkbaar in de keuken, toen de voorraden steeds geringer werden. Tekorten aan hout, gas en elektriciteit leidden tot de noodzaak om creatief te koken en te verwarmen. Men stookte met allerlei brandbare materialen in noodkachels. Toch zorgde de distributie ervoor dat de mensen niet ondervoed raakten of in de kou kwamen te zitten. De voedselvoorziening in Borne was, de omstandigheden in aanmerking genomen, de eerste jaren redelijk te noemen. Borne had twee opslagplaatsen voor distributie in tijden van schaarste, ingericht door het verdeelkantoor voor groente en fruit in Almelo. Die bergplaatsen werden gevuld met 20.000 kg. aardappelen. Daarnaast werden maatregelen genomen voor het geval de aanvoer van de veilingen zouden dalen, of het Bedrijfschap van Groen en Fruit in Den Haag de toegezegde volumes niet kon leveren.
Overeenkomst
Tussen genoemd verdeelkantoor belast met de groente- en fruitvoorziening in Borne, de lokale winkeliers en de alhier gevestigde Coöperatieve Landbouwers Aankoopvereniging werd een overeenkomst gesloten. Die behelsde de aankoop, opslag, vervoer en verkoop van zogenaamde stapelgroenten (uien, peen, bieten, en koolrapen) in schuren van de aankoopvereniging alsmede het beschikbaar stellen van grond voor het inkuilen van gewassen.
Teeltplan
In de loop van 1944 werd de nood zo hoog, dat de gemeente was aangewezen op verbouw in eigen omgeving. Borne moest voor zichzelf zorgen. Het maandrapport van burgemeester Van den Toren van augustus 1944 meldt daarover het volgende: “Ten aanzien van de groenteteelt worden in de gemeente 25 ha bedrijfsvolkstuinen aangelegd. Er wordt overleg gevoerd met personen die in het bezit zijn van een volkstuin. In augustus is begonnen met de aanvoer van voor rekening van de gemeente gekweekte groente door de Heidemij en door 80 landbouwers die met de gemeente een groenteteeltcontract hadden gesloten. De verwachting kan worden uitgesproken dat hierdoor het nog steeds dreigende voedseltekort is overwonnen”.
Dat lukte niet, hierdoor gedreven bezocht Van den Toren persoonlijk alle landbouwers om andermaal een beroep op hen te doen. Het resultaat was een groenteteeltplan met een extra contractteelt van honderd hectare. Intussen werd de nog voorradige groente éénmaal per week op een centraal punt door winkeliers verkocht, onder toezicht van de gemeente. Begin 1945 lag de aanvoer van groente stil.
Gaarkeuken
Al in 1941 ging Borne een overeenkomst met de gemeente Hengelo aan voor het betrekken van voedsel uit de centrale keuken van Hengelo. Daarvoor zouden één of meer uitdeellokalen in Borne worden gevestigd. Maar Borne kon niet aansluiten omdat de keuken in Hengelo al aan haar maximale capaciteit zat. Toen medio 1944 de toevoer van aardappelen en groenten stagneerde moesten deze van elders worden aangevoerd. In overleg met het Rijksbureau voor Voedselvoorziening werd toen overgegaan tot de inrichting van een gaarkeuken in combinatie met de fabriekskeuken van de N.V. Spanjaard, het kookvertrek voor het personeel van de fabriek.
Het doel was simpel maar essentieel; ervoor zorgen dat niemand in de gemeente zou verhongeren. Inwoners konden van deze keuken gebruik maken tegen betaling van f 0,25 per portie van ¾ liter. Wegens gebrek aan groente was in deze keuken schraalhans keukenmeester. Het menu bestond uit stampotten (veldbonen, bieten en zuurkool) met weinig ingrediënten, maar de keuken bood in elk geval iets warms en voedzaams, een belangrijk lichtpunt in tijden van kou en schaarste. Voor veel Bornenaren werd het ophalen van eten bij de gaarkeuken een vast onderdeel van de dag; met pannetjes, emmers en blikken aansluiten in een vaak lange rij, maar het bood ook gelegenheid om elkaar te spreken en te steunen. In totaal werden door de inwoners van Borne 104.299 porties afgenomen.
Klompen
Naast voedsel waren in Borne o.a. schoeisel en fietsbanden schaars. Omdat leer grotendeels naar Duitsland gestuurd werd voor militair gebruik, werd de schoenproductie zeer beperkt en kwam onder distributie te vallen. Het gevolg was dat er een enorme vraag naar klompen ontstond. Borne voerde in 1944 een klompendistributieregeling in om met name de schoolgaande jeugd zo goed mogelijk van klompen te voorzien. Bij verstrekking van een paar nieuwe klompen moest het oude paar, dat nog in aanmerking kwam voor reparatie, worden ingeleverd. Alle binnen de gemeente gevestigde klompendetaillisten waren verplicht tot de regeling toe te treden.
Fietsbanden
Natuurlijk rubber werd schaars toen de handelsroutes uit Zuidoost-Azië werden afgesneden en import bijna onmogelijk werd. Als alternatief gebruikte men kunstrubber (synthetisch), o.a. voor het maken van fietsbanden. Deze kwamen onder de strengste vormen van distributie te vallen. In Borne was er een schrijnend tekort aan rijwielbanden. Burgemeester Van den Toren heeft zich bij het Centraal Distributiekantoor in De Haag met succes sterk gemaakt voor extra toewijzingen. De eerder verleende volumes waren volgens de burgervader geheel onvoldoende. Veel burgers uit de kerkdorpen en de kern Borne, een plattelandsgemeente zonder busverbinding, waren op het gebruik van een rijwiel aangewezen, zoals zij die werkzaam waren in omliggende gemeenten en schoolgaande kinderen. Daarnaast vroeg hij om meer banden voor beroepen die als essentieel werden gezien, zoals postbezorgers, artsen en medisch personeel, ambtenaren met een belangrijke functie en boeren. Deze kunstrubberen banden waren overigens van slechte kwaliteit, minder comfortabel, hadden een korte levensduur en waren sneller lek. Als noodoplossing werd wel gekozen voor houten of massieve banden.
Clandestien
Het rigide systeem leidde tot een groeiende zwarte handel, waarin bonnen, producten of zelfs hele kaarten werden verhandeld. Verzet en onderduik konden niet zonder illegale distributie. Velen probeerden het distributiesysteem te omzeilen, er ontstond een zwarte markt, producten werden stiekem en tegen hoge prijzen verkocht. Door de bezetter werd hard opgetreden tegen deze zwarthandelaars en woekeraars. Ook het illegaal slachten van vee om bevolking en onderduikers van vlees te voorzien en het hamsteren van levensmiddelen werden beschouwd als misdrijven waarvoor je in een concentratiekamp kon belanden. De Centrale Crisis Controledienst had tot taak om de wijdverbreide zwarte handel en het clandestien slachten te bestrijden.
Dat ondervonden H. Leerkotte en G.J. Boomkamp, overburen van elkaar, wonende aan de Woolderweg. Boomkamp was huisslachter en veekoopman, hij slachtte clandestien en verkocht het vlees. Buurman Leerkotte hielp hem zo af en toe en als dank kreeg hij dan wat vlees en leverworst toegestopt. Een collega van hem aan wie hij leverworst had gegeven werd tijdens een controle van de CCD ondervraagd en zette hen op het spoor van Leerkotte, die op 23 september 1942 werd gearresteerd. Boomkamp meende zijn buurman vrij te kunnen pleiten, maar werd zelf ook gearresteerd. Hendrikus Leerkotte kwam op onbekende datum in Amersfoort aan een overleed er, vermoedelijk door uitputting, op 17 januari 1943. Boomkamp arriveerde er op 6 november 1942 en werd op 16 januari 1943, een dag voordat Leerkotte overleed, overgebracht naar kamp Vught. Hij overleefde de ontberingen.
Sies Stäudt
De 25-jarige Sies Stäudt uit Borne moest zich, nadat hij op 1 oktober 1943 in Borne was gearresteerd, begin februari 1944 voor het Deutsche Obergericht verantwoorden voor het stelen en slachten van vee. Hij werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een boete van duizend gulden. Voor het uitzitten van zijn straf werd hij op 23 februari 1944, na een kort verblijf in Scheveningen, via doorvoerkampen in Kassel en Siegburg, overgebracht naar zijn eindbestemming, het beruchte ‘Zuchthaus’ in Brandenburg-Görden. Daar was hij werkzaam voor de Duitse vliegtuigfabrikant Arado.
In Bandenburg zaten hoofdzakelijk langgestraften en gevangenen die ter dood veroordeeld waren. Op 27 april 1945 werd het kamp door de Russen bevrijd, voor zover bekend stond Stäudt op een Duitse lijst van bevrijde Nederlanders. Volgens bronnen was zijn gezondheid broos, maar verkeerde hij wel in een dusdanige gezondheidstoestand, dat hij met andere gevangenen het tuchthuis kon verlaten. Nadien is er niets meer van hem vernomen. Intensieve naspeuringen en oproepen via Radio Hilversum hadden geen resultaat. Zijn vrouw heeft hem begin 1944 voor het laatst bezocht in de gevangenis in Scheveningen. Het laatste briefcontact dateerde van 27 juli 1944. Een akte van overlijden werd opgemaakt in Borne op 2 maart 1957.
Afgeschaft
Na de bevrijding bleef het distributiesysteem nog jarenlang bestaan. De tekorten verdwenen niet van vandaag op morgen en er was tijd nodig voor de wederopbouw van productie en transport. Pas in 1952 werd het officieel afgeschaft.
De oorlog en schaarste van toen houdt het besef levendig hoe waardevol vrede en veiligheid zijn, waarden om te koesteren, juist nu in een tijd van geopolitieke spanningen. Misschien is dát wel het grootste geschenk dat Kerst ons na de bevrijding ieder jaar opnieuw biedt. Mooie Kerstdagen (HN)
Bij de foto's van boven naar beneden:
Bronnen Gemeentearchief Borne; NIOD; Nationaal Archief; Wikipedia; NIOD; Oorlogsgravenstichting. ‘Dat kan ons niet gebeuren’, E. Werkman e.a.,1980; Foto’s: beeldbank NIOD; beeldbank gemeentearchief Borne; B.J.F. Leuverink; H.J.Staudt.
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.