
Na het vertrek van Liesbeth Hassink als directeur van het museum Bussemakerhuis hebben de vrijwilligers, met steun van het bestuur, het museum draaiende weten te houden. Sinds enkele maanden is er een nieuwe voorvrouw Michelle Ekkelkamp, operationeel manager. Wat zijn de toekomstplannen van het monumentale linnenhandelshuis?
Geschiedenis en erfgoed
De vijfenvijftigjarige Ekkelkamp is van jongs af aan geïnteresseerd in geschiedenis, erfgoed en ambachten. Hoewel zij dit tot nu toe nooit als professie heeft gehad, volgde ze cursussen kunstgeschiedenis in Engeland en een korte opleiding tot gids in Singapore. Ze woonde enkele jaren met haar man en kinderen in het buitenland en nu alweer zesentwintig jaar in Borne. Tot voor kort werkte zij bij het World Trade Center in Hengelo. Nu ze in het Bussemakerhuis rondloopt, heeft ze van haar affiniteit met kunst en cultuur haar werk kunnen maken. “Mijn stijl is de zachte zakelijkheid.” Ze ervaart veel steun van alle vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten voor het museum. Ekkelkamp is trots op de groep die het afgelopen jaar samen het erfgoed bewaakte, activiteiten opzette en de vele bezoekers ontving.
De eerste honderd dagen
Het museum telt momenteel zestig enthousiaste bevlogen vrijwilligers. Met hun enorme kennis hebben zij hun enige betaalde parttime collega ingewerkt. “Zij zorgden ervoor dat ik in de eerste honderd dagen kennis maakte met het reilen en zeilen in het museum.” Er wordt in verschillende teams gewerkt, elk met een eigen werkoverleg. Er is behoefte aan uitbreiding. Vooral jongere mensen zijn welkom. Dat past bij de visie om meer aandacht te besteden aan nieuwe ontwikkelingen binnen het textielambacht en om meer jongere bezoekers te bereiken. “Het is lastig om specialisten te vinden zoals op het gebied van collectiebeheer. Er is kennis van oude textiel nodig.” Dat is immers de corebusiness van het museum.
Verduurzaming
Om de kwaliteit van het erfgoed te behouden en om de energiekosten te beheersen, is er gestart met de verduurzaming van het rijksmonument. Het dak is inmiddels geïsoleerd. Na de feestdagen start men met het plaatsen van voorzetramen. Dit heeft geen hinder voor bezoekers. Daarna wordt de zoldervloer geïsoleerd. Welke impact dat heeft op het bezoek, is nog niet te overzien. Tot 15 maart is de tentoonstelling ‘De Sterallures van Spanjaard’ te zien. Ekkelkamp vergelijkt de vooruitstrevende marketing en design van Kenmore-overhemden en Cinderella-lakens van Spanjaard in de jaren zestig met het huidige Instagram. “Oude social media.”
Textielinnovatie
Het museum timmert de laatste jaren flink aan de weg. Spraakmakende exposities zoals Geisha, tradities, rituelen en zijde, B.L.A.U.W. en dit jaar Magisch Schotland zijn daar goede voorbeelden van. Dit was mogelijk dankzij samenwerkingen met musea in de regio, bruikleengevers en instituten die zich bezighouden met textielinnovatie. Naast de oude, bekende weefsels is het tijd om ook nieuw ontwikkelde weefsels te tonen. Dat vraagt om verdere samenwerking met Saxion, het ROC, het Textile Wearables Lab, Spinning Jenny en andere Twentse makers op het gebied van textielinnovatie.
Dat heeft dit jaar geleid tot een gecertificeerde Bornse tartan, uitgegeven door het Scottish Register of Tartans. Op oude getouwen op de zolder van het museum is geëxperimenteerd met het ontwerpen en weven van een nieuwe ruit, een tartan. Dit gebeurde door studenten van Saxion en in samenwerking met het Textile Wearables Lab uit Hengelo. Uiteindelijk is in Schotland een enorme lap geweven. Daar zijn in Twente stropdassen en sjaals van gemaakt, die vanaf januari in de museumwinkel te koop zijn.
Toekomst
“Het is onze plicht om ons erfgoed te beheren en door te geven aan de volgende generatie”, benadrukt Ekkelkamp. Regelmatig ontvangt het museum als gift historische stukken. “Maar het moet wel een link hebben met textiel,” merkt ze op.
Het museum moet klaargemaakt worden voor de toekomst. Er komen te weinig jongere bezoekers. Dat betekent dat er gericht gewerkt gaat worden aan het bereiken van een bredere doelgroep. Het museumbezoek moet een beleving worden. Daarbij is de inbreng van de vrijwilligers van groot belang.
Ekkelkamp droomt van de opzet van een bezoekerscentrum in Oud Borne, in samenwerking met Stichting Cultureel Oud Borne. Daar kan gezamenlijk het verhaal van Oud Borne worden verteld en beleefd. “Als Bussemakerhuis willen we ook zichtbaarder zijn tijdens evenementen in de gemeente. Ook buiten de gemeentegrenzen wordt samenwerking gezocht met regionale musea, textielbedrijven, onderwijsinstellingen, labs en bedrijven die bezig zijn met textielinnovatie.” (YD)
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.
Het is heel leuk om vrijwilliger Educatie te zijn, dus meld je aan!