
Soms kom je tijdens het zoeken naar een heel ander verhaal iets tegen waardoor je direct verder wilt lezen. Dat gebeurde ons de afgelopen tijd tijdens het doorspitten van de kronieken van Sweder Schele, de heer van Weleveld. Hij hield tussen het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw een uitgebreid dagboek bij. Bijna tweeduizend pagina's vol verhalen over het leven op en rond Weleveld. Over oorlogen, familie, het weer, het geloof en het dagelijks leven in Twente. Tussen al die aantekeningen vonden we een hoofdstuk dat meteen onze aandacht trok. Bovenaan staat simpelweg: 'De pest te Weleveld en Borne en haar oorzaken.' Het is het persoonlijke verslag van iemand die de uitbraak van dichtbij meemaakte.
Een gewone zomer
Het jaar 1607 begint voor Sweder zoals zoveel jaren daarvoor. In zijn kroniek schrijft hij over een huwelijk binnen de familie, de geboorte van zijn zoon Gosen Hedenrick en het leven op Weleveld. Niets lijkt erop te wijzen dat enkele maanden later alles anders zal zijn. Maar ondertussen komt slecht nieuws steeds dichterbij. Sweder schrijft dat in Oldenzaal een "dulle krankheit" rondgaat. Een hevige ziekte die meerdere levens eist. Hij noemt zelfs de namen van slachtoffers. Achteraf weten we dat het de pest was.
De ziekte bereikt Weleveld
Op 27 juni vertrekt Sweder naar Osnabrück om een familiekwestie rond de verdeling van bezittingen af te handelen. Juist op diezelfde dag slaat het noodlot toe op Weleveld. Zijn lakei Claes overlijdt aan de pest. Niet lang daarna sterven ook Claes' broer Hensken en zijn zus Gese, die eveneens op Weleveld werkten. Volgens Sweder wordt een groot deel van het personeel ziek. Sommigen overlijden, anderen herstellen wonder boven wonder. Opvallend is hoe nuchter hij alles opschrijft. Geen dramatische beschrijvingen, geen grote woorden. Alleen de feiten. Misschien maakt dat de kroniek juist zo aangrijpend.
Op de vlucht
Wanneer de ziekte zich verder verspreidt, besluit Sweder zijn vrouw en kinderen in veiligheid te brengen. Zijn kroniek leest daarna bijna als een reisverslag. Hij verblijft achtereenvolgens in Werselo, op Grotenhuis, in Oldemöllen, Osnabrück, Renkhausen en uiteindelijk Minden. Pas op 3 oktober keert hij terug naar Weleveld. Voor veel inwoners van Borne was zo'n vlucht onmogelijk. Zij bleven achter in een dorp waar de ziekte inmiddels eveneens om zich heen greep.
Ook in Borne vallen slachtoffers
Daarna richt Sweder zijn aandacht op Borne. Hij noemt de slachtoffers één voor één. Wessel Schomaker overlijdt samen met zijn gezin. Ook Derck Eilers sterft, evenals zijn jonge vrouw, met wie hij nog maar kort getrouwd was. Enneken, de dochter van Johan Schulten, wordt eveneens ziek. Daarnaast schrijft hij dat ook "enige andere huizen" besmet raken. Het zijn slechts enkele regels, maar ze maken de geschiedenis ineens heel dichtbij. Achter iedere naam schuilt een gezin, een familie en een huis in het Borne van ruim vier eeuwen geleden. Opvallend is ook wat Sweder daarna opschrijft. Volgens hem werd Enneken Schulten zó overvallen door angst en schrik voor de ziekte, dat zij daardoor zelf ziek werd. Of dat werkelijk zo was, weten we natuurlijk niet. Maar het laat wel zien hoeveel paniek de pest destijds veroorzaakte.
Waar kwam de pest vandaan?
Misschien nog wel het meest bijzondere deel van de kroniek is dat Sweder eerlijk toegeeft dat niemand wist waar de ziekte vandaan kwam. Hij noemt verschillende mogelijke oorzaken. Kort voor de uitbraak was iemand uit Oldenzaal op bezoek geweest. Ook schrijft hij over een zieke jachthond op Weleveld. Misschien had die de ziekte meegebracht, denkt hij hardop, al voegt hij direct toe dat niemand dat zeker wist. Hij noteert zelfs dat men honden en katten uit besmette plaatsen beter kon vermijden. En ook de varkens op Weleveld waren ziek geweest. Zouden dieren de ziekte kunnen overbrengen? Sweder weet het niet. Met de kennis van nu lezen we die woorden heel anders. Maar juist daardoor krijg je een bijzonder inkijkje in hoe mensen ruim vierhonderd jaar geleden probeerden een onzichtbare ziekte te begrijpen.
Een les uit 1607
Aan het einde van zijn verhaal noteert Sweder een oud Latijns advies dat tijdens pestepidemieën vaker werd gegeven: "Cito, longe, tarde." Vrij vertaald: vlucht snel, blijf lang weg en keer pas laat terug. Voor Sweder bleek dat ook precies de werkelijkheid. Pas toen de uitbraak voorbij leek, durfde hij met zijn gezin terug te keren naar Weleveld.
Alsof je ernaast staat
Wat deze kroniek zo bijzonder maakt, is dat je niet leest wat historici eeuwen later over de pest hebben geschreven. Je leest de aantekeningen van iemand die er middenin zat. Hij zag medewerkers overlijden, bracht zijn gezin in veiligheid, hoorde de verhalen uit Borne en probeerde ondertussen te begrijpen waar de ziekte vandaan kwam. Zijn twijfels, zijn geloof en zijn observaties maken van de kroniek veel meer dan een historisch document. Het voelt soms alsof je over zijn schouder meekijkt.
Tussen de bijna tweeduizend pagina's van Sweder Scheles kronieken vonden we nog veel meer bijzondere verhalen over Borne en Weleveld. Zouden jullie het leuk vinden als we vaker in deze kronieken duiken en zulke verhalen uit het oude Borne delen? Laat het ons weten in de reacties. (KDS)
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.