
Over een paar weken barst in het centrum van Borne weer het grootste dorpsfeest van het jaar los. Vijf dagen lang zijn er muziek, volle terrassen, kraampjes en feestende Bornenaren tijdens de 48ste editie van de Melbuul’ndagen. Ruim achthonderd jaar geleden werd er in Borne óók al gedanst en muziek gemaakt tijdens een jaarlijks dorpsfeest. Niet iedereen was daar even blij mee. De plaatselijke pastoor liep met een kruis naar de feestende menigte en probeerde de muziek stil te krijgen. Zijn naam was Arnold. En hij is mogelijk de eerste inwoner van het dorp Borne die we bij naam kennen.
Borne verschijnt in 1206
Borne wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1206. De plaats heet daarin Burgunde. Het document gaat over de kerk van Borne en de rechten en bezittingen die daarbij hoorden. Geen enkele gewone inwoner wordt genoemd. We weten daardoor wel dat er een kerk en een gemeenschap waren, maar niet wie er in Borne woonden. Enkele jaren later stapt er ineens wél iemand uit de mist van de geschiedenis naar voren: pastoor Arnold.
Zijn verhaal staat in de Dialogus miraculorum, een verzameling wonderlijke en moraliserende verhalen die de monnik Caesarius van Heisterbach aan het begin van de dertiende eeuw schreef. Arnold wordt daarin omschreven als: Pastor in Burgende, quae est villa Duentiae. Oftewel: “Pastoor in Burgende, een dorp in Twente.” Met Burgende wordt vrijwel zeker Borne bedoeld. Arnold was dus niet zomaar een geestelijke die hier toevallig langskwam. Hij was de pastoor van het dorp en sprak de aanwezigen aan als zijn eigen parochianen.
De Melbuul’ndagen van 1215?
Het verhaal speelt zich waarschijnlijk omstreeks 1215 af, op de feestdag van de apostelen Petrus en Paulus. Die werd jaarlijks op 29 juni gevierd. De inwoners van Borne kwamen bijeen voor een terugkerend dorpsfeest. Er werd muziek gemaakt en in een kring gedanst. Hoe het feest er precies uitzag, weten we niet. Er waren waarschijnlijk nog geen draaimolens, foodtrucks, speciaalbierpleinen of artiesten op het Dorsetplein. Maar de belangrijkste ingrediënten van een goed Borns dorpsfeest waren blijkbaar al aanwezig: muziek, dans, een grote groep inwoners en iemand die vond dat het allemaal wel wat minder kon.
Het zou te veel eer zijn om dit de eerste editie van de Melbuul’ndagen te noemen. Bovendien zouden we dan inmiddels niet bij de 48ste, maar ongeveer bij de 812de editie zijn aanbeland. Toch is de overeenkomst grappig.
Arnold grijpt in
Pastoor Arnold kon het feest minder waarderen. Vanuit zijn kerkelijke overtuiging beschouwde hij het dansen als zondig en ongepast. Met een kruis in zijn handen liep hij naar de menigte. Hij waarschuwde zijn parochianen en smeekte hen te stoppen. Toen dat niet hielp, beval hij de aanwezigen om het feest te beëindigen. Sommige Bornenaren luisterden. Andere feestvierders liepen boos weg. Een derde groep trok zich helemaal niets van de pastoor aan en danste gewoon verder.
Een vrouw spot met de pastoor
Eén oudere vrouw maakte het volgens de schrijver bijzonder bont. Terwijl zij in de kring danste en telkens langs Arnold kwam, keek ze hem aan en zong ze spottende woorden in zijn richting. Volgens het middeleeuwse verhaal overleed ze drie dagen later plotseling. Caesarius presenteert haar dood als een straf van God. Zulke wonderlijke gebeurtenissen komen veelvuldig in zijn werk voor. De verhalen waren bedoeld om gelovigen iets te leren over zonde, gehoorzaamheid en berouw. We hoeven de dood van de vrouw daarom niet letterlijk als een bovennatuurlijke straf te beschouwen. Opvallend is vooral de reactie van Arnold. Hij was niet tevreden dat hij achteraf gelijk leek te krijgen. Volgens Caesarius huilde hij om haar en voelde hij zich alsof hij haar zelf had gedood. Daarmee verschijnt hij niet alleen als een strenge pastoor, maar ook als iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
Meer dan een eenvoudige dorpspastoor
Arnold wordt in de bron ook magister genoemd: meester. Dat wijst erop dat hij voor zijn tijd behoorlijk goed was opgeleid. Hij was bovendien een leerling of medewerker van Oliver van Paderborn, ook bekend als Oliver van Keulen. Deze invloedrijke geestelijke reisde in de jaren na 1213 rond om mensen op te roepen deel te nemen aan de Vijfde Kruistocht. Arnold had zelf toestemming om te prediken. Mogelijk gebruikte hij het Bornse dorpsfeest om een groot deel van de plaatselijke bevolking tegelijk te bereiken. Of de feestvierders op dat moment zaten te wachten op een preek over zonde en kruistochten, valt te betwijfelen.
Was Arnold de eerste Bornenaar?
Volledige zekerheid hebben we niet. In de dertiende eeuw waren er nog geen bevolkingsregisters. We weten niet waar Arnold werd geboren, waar zijn woning stond of hoelang hij in Borne bleef. Maar hij was pastoor van het dorp, trad tijdens een jaarlijks feest op tussen zijn eigen parochianen en werkte vrijwel zeker bij de kerk van Borne. Het ligt daarom voor de hand dat hij in of vlak bij het dorp woonde. Daarmee is hij de vroegste persoon die we bij naam rechtstreeks met het dagelijks leven in Borne kunnen verbinden.
Feesten in Borne
Het verhaal biedt een zeldzaam inkijkje in het Borne van ruim achthonderd jaar geleden. Ook toen kwamen inwoners samen voor muziek en dans, al kon pastoor Arnold daar weinig waardering voor opbrengen. Van woensdag 26 tot en met zondag 30 augustus staat Borne opnieuw in het teken van de Melbuul’ndagen. Binnenkort blikken we samen met de organisatie uitgebreid vooruit op het programma en de 48ste editie van het dorpsfeest. (KDS)
Illustraties
Hoofdfoto: AI illustratie
In tekst: Caesarius-van-Heisterbach-Dialogus-miraculorum
© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.
Ook in Boorn en Boerschop staat hierover een mooi artikel van Berend Jager, april 2008. Op internet te vinden.