De vergetelheid voorbij
14-08-2025
GEBROEDERS GROOTHENGEL GEDOOD BIJ MASSAEXECUTIE OOST-JAVA

De vergetelheid voorbij

Nadat Japan in snel tempo de Amerikaanse vloot in de Stille Oceaan had uitgeschakeld, kreeg het militair overwicht in Zuidoost-Azië. Op 11 januari 1942 viel het ook Nederlands-Indië aan, nog geen twee maanden later, 8 maart, capituleerde het Koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) en daarmee het Nederlandse koloniale bestuur. De bezetting van Nederlands-Indië was begonnen, de Jappen namen de macht over. In augustus 1945 dwong de VS Japan met twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki tot overgave, daarmee eindigde de tweede wereldoorlog dus pas echt. Nederland was toen al enige tijd bevrijd.
 

Morgen, tachtig jaar na dato, staan we stil bij het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog in het gehele toenmalige Koninkrijk en bij alle slachtoffers in Nederlands-Indië. Miljoenen onderdanen, zowel militair als burger, geïnterneerd in kampen, hebben zwaar geleden als gevolg van honger, dwangarbeid, geweld, vernedering en terreur. Leed dat tot op de dag van vandaag voelbaar is in onze samenleving. Op erevelden in Indonesië en daarbuiten liggen duizenden Nederlandse doden begraven.
 

Onder hen de broers Wim en Marie Groothengel uit Borne, die, samen met 31 anderen, werden geëxecuteerd. Een tragedie die bekend staat als de ‘‘Moemboelsarie’, ‘planters’ of ‘landwachters’ affaire, één van de beruchtste voorbeelden van repressie tegen Europeanen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Een verhaal verdwenen in vergetelheid, tot vandaag.
 

Familie Groothengel

De familie Groothengel woonde aan de Stationsstraat 6 in Borne en bestond uit vader Herman Groothengel en moeder Martha Ledeboer. Herman was aannemer, samen met zijn broers Gradus en Constans zette hij het bedrijf van zijn vader Antonie voort, vandaar de firmanaam A. Groothengel. Moeder Martha was een dochter van fabrikant Johan Marie Ledeboer. Herman en Martha kregen vijf kinderen, drie zonen: Anton, Marie en Wim en twee dochters: Johanna, overleden op 1-jarige leeftijd, en Ida. Het huwelijk van Herman en Martha strandde in 1920. Martha verhuisde daarna met de kinderen naar Harderwijk.
 

Antonie

Antonie, de oudste, werkte begin 1925 als procuratiehouder voor de Handels Vereniging Amsterdam in Medan op Sumatra. Hij beheerde -als planter - zestien productlocaties voor sisal, palmolie, thee en rubber. In 1933 trouwde hij in Medan met Truus Thönissen. Nadat hij werd opgeroepen voor militaire dienst volgde inlijving bij de KNIL als reserve eerste luitenant der artillerie en militie officier van speciale diensten. Na de capitulatie werd hij op 8 maart 1942 geïnterneerd in kamp Soekaboemi, een voormalige vakantiekolonie voor kinderen. Daarna werd hij via Batavia verscheept naar Singapore en ondergebracht in kamp Changi. Onder moeilijke omstandigheden overleefde hij de oorlog.
 

Marie

Johan Marie Groothengel, roepnaam Marie, werd op 5 januari 1903 geboren in Borne. Na vrijstelling van de dienstplicht is hij waarschijnlijk in 1922 naar Nederlands-Indië vertrokken. Hij was als employé werkzaam voor de koffieonderneming Wadoeng West in oost-Java, een gemengde onderneming met onder meer koffie en rubber. De plantage was eigendom van zijn oom A.J.M. Ledeboer, een telg uit de fabrikantenfamilie in Borne. Ledeboer stond bekend als jachtliefhebber en zijn betrokkenheid bij milieuvriendelijke initiatieven, wat destijds niet gebruikelijk was voor veel plantage-eigenaren. Marie Groothengel trouwde in 1934 met Julie de Liser de Morsáin uit Djokjakarta.
 

Wim

Anne Willem, roepnaam Wim, was de jongste broer Groothengel, geboren op 16 september 1907 in Borne. Hij vertrok op 3 oktober 1928 met het stoomschip ‘Slamat’ uit Rotterdam naar Nederlands-Indië. Begin 1929 is hij terug in Harderwijk. Later dat jaar vertrok hij naar de Bilt. In 1933 werd hij uit het bevolkingsregister van Zeist afgevoerd. Waarschijnlijk is hij daarna weer naar Nederlands-Indië vertrokken. Hij kreeg een aanstelling als employé bij de koffieonderneming Kali Telepak, een plantage op Java, van de Handels Vereniging Amsterdam, bekend om de productie van o.a. rubber en koffie. Wim Groothengel was ongehuwd.
 

Planters en landwachters  

De ondernemingen van Marie en Wim waren voorbeelden van een koloniale plantage economie, Europese directies en inheemse arbeid. Ze lagen in het regentschap Banyuwangie in de Oostpunt van Java. De capitulatie van Nederlands-Indië bracht grote veranderingen teweeg. De plantages werden ondergeschikt gemaakt aan de oorlogsinspanningen van Japan, veel ondernemingen werden overgenomen. De planters zagen hun eigendommen vaak onteigend of werden gedwongen samen te werken.
 

Door de geïsoleerde ligging hadden deze plantages een eigen bewakings- en ordedienst in het leven geroepen, zogenaamde landwachters, die door het binnenlands bestuur erkend waren. Maar ze werden door de bezetter als een paramilitaire macht beschouwd en ingezet als instrument van opsporing en handhaving, op zoek naar sporen van verzetsactiviteiten.
 

De achterdocht was groot, ingegeven door het feit dat de Jappen in Oost-Java een geallieerde invasie vreesden. Ook de gewaarwording dat de ondernemingen tijdens de oorlog tijdelijk onderdak hadden geboden aan koloniale militairen. Bovendien wekte de vondst van wapens extra achterdocht, evenals eerdere financiële transacties met de gouverneur van Oost-Java.
 

De Kempeitai, de militaire politie, ook wel de Japanse Gestapo genoemd, kreeg daarom verregaande volmachten in het gebied. De jacht op illegale activiteiten was begonnen, iedere vorm van verzet werd in de kiem gesmoord. Ze gingen over lijken.
 

Arrestatie

De verdenking richtte zich al snel op een groep admini­strateurs van landbouwondernemingen in de residentie Banyuwangi, die eerst als Nippon-werkers (Japanse arbeiders) werden gehandhaafd, maar eind 1942 naar het kamp te Kesilir werden overgebracht. Daar werd in maart 1943 een groep planters en administrateurs gearresteerd en opgesloten in een voormalige sigarenfabriek, voordat ze drie weken later naar de gevangenis in Djember werden overgebracht. Onder hen de gebroeders Groothengel.
 

De groep was aangebracht door een collega planter en ex-landwachter, een collaborateur, informant en verklikker, die eerder, na foltering en mishandeling, zijn diensten had aangeboden aan de Kempeitai. Om aan de dood te ontsnappen had hij een verhaal wereldkundig gemaakt over een vermeende samenzwering, die besproken zou zijn tijdens een plantersvergadering van 18 maart 1942.
 

Die vergadering had plaats gevonden op een plantage in Glenmore, een district in Banyuwangi. Het is niet duidelijk in hoeverre deze plannen werkelijk hebben bestaan. Wel dat er onder planters en employees verzet heeft plaats gevonden door onder de radar contact te houden, informatie uit te wisselen of sabotage te plegen. De Kempeitaj beschuldigde ze van betrokkenheid bij sabotage, spionage en het ondersteunen van geallieerd verzet.
 

Meedogenloos

Wat volgde waren de systematisch en extreme ondervragingsmethoden om daarmee bekentenissen af te dwingen en om vermeende verzetsactiviteiten bloot te leggen. Folteringen met een vast patroon, die begonnen met het slaan met een houten of ijzeren staaf of leren karwats op rug, hoofd, enkels en schenen. Dan volgde de ‘waterproef’ (‘waterboarding’) waarbij de verdachte, vastgebonden op een plank of bank een washandje op mond en neus kreeg gedrukt, waarna er vele liters water naar binnen werden gepompt. Vervolgens werd de arrestant op de buik getrapt. In die reeks paste ook het elektrificeren van lichaamsdelen en het langdurig ophangen aan benen. De meesten waren daarna totaal moreel en lichamelijk gebroken.
 

Deze meedogenloze martelpraktijken kostten twee gevangen planters het leven, Mulders en Mann. Om aan hun lot te ontsnappen besloten de overige planters, onder wie Wim en Marie, tijdens de ‘rechtszaak’ in het landraadgebouw in Djember , een verzonnen schuldbekentenis af te leggen. Ze kregen het advies van Kempeitai commandant Wada de schuldbekentenis op papier te zetten en te ondertekenen. Daarna zou de zaak gesloten worden en konden de planters terug naar de interneringskampen. Maar het was niet voorbij. De volgende ochtend werd hun doodvonnis voorgelezen.
 

Executie

Getuigen hebben gezien dat kort daarna drie vrachtwagens met de veroordeelde mannen zijn weggereden. In twee voertuigen zaten planters en hun medewerkers, allen met ontbloot bovenlijf. In de derde wagen zat een aantal Ambonezen. Zij en een groepje gestrafte inlanders moesten een graf graven en daarin, na executie, de deels onthoofde lichamen leggen en het graf sluiten. De executie vond plaats in een bos, op een golfbaan bij Lengkong, 30 km ten zuiden van Djember. Weduwen en families kregen na de oorlog pas te horen wat er op 3 juli 1943 daadwerkelijk met hun geliefden was gebeurd.
 

Opgraving

Na de bevrijding in 1945 begon de OD, de Opsporingsdienst voor Overledenen, met het verzamelen van informatie over de executie. Lokale getuigen werden gehoord en Japanse documenten geraadpleegd om de exacte locatie van de graven te kunnen achterhalen. De stoffelijke resten van de geëxecuteerden werden opgegraven, geïdentificeerd en geregistreerd. Daarnaast werden de omstandigheden rondom hun dood gedocumenteerd. In augustus 1948 kon Wim Groothengel individueel worden geïdentificeerd, Marie niet.
 

‘Kembang Kuning’

Ze werden op 20 januari 1949 herbegraven op de erebegraafplaats Kembang Kuning in de Indonesische stad Soerabaja. Er liggen op het ereveld meer dan vijfduizend slachtoffers begraven, zowel burgers al militairen. Wim heeft een enkel graf, Marie is begraven in een verzamelgraf.


Berechting

De temporaire krijgsraad van Oost-Java te Soerabaja wees op 21 oktober 1947 vonnis tegen collaborateur W.G.A. Küchlin uit Blitar, alias Stok, wegens hulpverlening aan de vijand en mishandeling. Hij werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, na aftrek van voorarrest bleef daar één jaar en drie maanden van over. Het is onbegrijpelijk dat, toen in 1948 de omvang en impact van de ‘plantersaffaire’ duidelijk werd, hij voor zijn rol daarin niet opnieuw is berecht. In 1948 staat zijn naam op een passagierslijst die hem per boot uit de haven Tandjong Priok op Java, naar Nederland brengt!
 

Herdenking

De oorlog in voormalig Nederlands-Indië maakt deel uit van onze collectieve geschiedenis. De Japanse bezetting en alle leed daarmee verbonden, was niet alleen een onderbreking van het koloniale tijdperk, maar was ook het begin van het einde daarvan. Bij de herdenking kan de koloniale context niet worden genegeerd. De bindende factor is, hoe we ook naar dat verleden kijken, het medeleven en respect voor de slachtoffers onder alle bevolkingsgroepen in het toenmalige Koninkrijk. Navertellen kunnen het er nog maar weinigen, echter er zijn velen die het kunnen doorvertellen, zoals het verhaal van Wim en Marie Groothengel (HN)

 

Bij de foto's vanaf boven:

  • Overzichtsfoto ‘Kembang Kuning’
  • Marie en Antonie Groothengel
  • Marie Groothengel en zijn vrouw Julie de Liser de Morsáin.
  • Kempeitai, de gevreesde Japanse militaire politie
  • Graf Wim Groothengel en verzamelgraf Marie Groothengel
  • Ereveld ‘Kembang Kuning’ in Soerabaja

 

Bronnen:

Gemeentearchief Borne: Nationaal Archief; E. ter Borg; NIOD; Het einde van Indië – W. Rinzema-Admiraal, De plantersaffaires in Oost-Java, Sdu Den Haag 1995;Verstilde stemmen en verzwegen levens – Inez Hollander -Atlas Amsterdam 2009; Oorlogsgravenstichting. Foto’s: E. ter Borg; Oorlogsgravenstichting;


 

 

© BorneBoeit. Op onze artikelen en beeldmateriaal rust copyright.
Voor meer informatie raadpleeg de spelregels.

Deel
De link is gekopieerd naar het klembord!
reageren op deze pagina
José Zonder — 16 aug 2025
Wat een mooi artikel. Dank.
Jos Beunders — 14 aug 2025
Dank voor dit boeiende artikel.
Alle slachtoffers van de vaak dramatische gebeurtenissen tijdens deze periode verdienen een waardige herdenking.
Ook in onze familie kan erover worden meegepraat.

Onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater in...

Vanaf 28 juli 2026 is het in een groot deel van het beheer gebied van Vechtstromen niet meer...
27-07-2026

Auto vliegt uit de bocht op rotonde

Maandagmorgen om 06.53 uur kregen de hulpdiensten een melding van een verkeersongeval met letsel...
27-07-2026

Vreemd licht boven Borne

Wie vrijdagavond rond half elf naar de hemel keek, heeft het misschien ook gezien. Een fel licht...
25-07-2026

Traumahelikopter landt bij medische inzet

Meerdere hulpdiensten zijn vrijdagavond uitgerukt naar een woning in de Nachtegaalstraat in...
24-07-2026

Fietser onwel op Hoofdstraat Zenderen

Een fietser is woensdagmiddag ernstig onwel geworden op de Hoofdstraat in Zenderen. Rond 16.08...
24-07-2026

Soms vind je onderweg iets anders dan je zocht

"Kijk, een torenvalk." Midden in het gesprek dwaalt de blik van Louiza Haaloui naar de...
21-07-2026